Naar inhoud

Klantgericht tentoonstellen 2.0 bij het Tropeninstituut, Amsterdam

Klantgericht ondernemen. Het is een moeilijke exercitie voor bedrijven. Het écht centraal stellen van de klant waarbij je jezelf niet uit beeld verliest, is maar voor een enkele heldere ziel weggelegd, zo lijkt het. Klantgericht ondernemen voor musea is daarbij niet anders. Toch worden er ook in deze branche goede stappen gezet, want, hoewel niet commercieel gedreven, weten de samenstellers van de tentoonstelling ‘de dood leeft’ bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) hoe ze de bezoeker moeten binden.

Als afgestudeerd cultureel antropoloog bezocht ik laatst de dag van de Amsterdamse Universiteitsvereniging (AUV) en specifiek de middag voor mijn studiegroep. Tijdens deze bijeenkomst stond de dood centraal. Altijd een controversieel onderwerp, maar niets zo menselijk als de dood. Daar kwam P. Westerkamp, zelf ook cultureel antropoloog, aan het woord die heeft gewerkt aan de tentoonstelling ‘de dood leeft’ voor het KIT.

De uitspraak die me het meest trof was deze: “Het moet ook over de bezoeker gaan.” Waar misschien in veel musea een collectie wordt samengesteld op basis van de meest gevierde schilders en kunstenaars, wil het Instituut mensen niet alleen bereiken, maar ook beraken. Of zoals Westerkamp dat zei: “Ik wil niet dat de bezoeker kijkt naar de kunstwerken, foto’s en beelden op een afstand, zodat ze denken “oh, kijk zo doen zij dat”. Ze moeten zich ermee kunnen vereenzelvigen.”  

Daarbij moest Westerkamp ethische keuzes maken over de inhoud en objecten. Sommige culturen hebben extreme rituelen als het gaat om de doden. In één voorbeeld wordt bijvoorbeeld de Tibetaanse luchtbegrafenis getoond, waarbij een dode in stukken wordt gehakt en aan de gieren wordt gevoerd. “Daarbij hebben we de keuze gemaakt om het daadwerkelijke versnijden van het lichaam niet te laten zien”, vertelde Westerkamp. Hoewel misschien onderdeel van het ritueel, de bezoeker moet zich wel kunnen blijven identificeren met de tentoonstelling.

Het Tropeninstituut staat aan de vooravond van moeilijke tijden. De subsidiekraan wordt langzaam dichtgedraaid. Dat is jammer, want naast de mooie tentoonstellingen wordt belangrijk onderzoek verricht aan het instituut. Misschien kunnen ze een andere inkomensbron aanboren door workshops te geven; klantgericht ondernemen.

De ervaring bij het KIT liegt er niet om: de bezoekers nemen hun tijd voor de tentoonstelling, maar laten ook aan het eind van de reis langs verschillende fasen en rituelen van de dood, hun eigen ervaring achter met behulp van een papiertje en een potloodje. Vertaal dat eens naar uw product, waarbij u uw klanten geen potloodje geeft, maar een toetsenbord. Zij creëren fans die ook de moeite nemen om hun ervaringen te delen. Mooier kan bijna niet.

Bron: Customer Talk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie