Naar inhoud

‘Klantpraatjes’ – Spel

Spelen is een vorm van intelligentie. Ik heb een kwal nog nooit tikkertje zien spelen. Mijn hond wel. Een spel is extreem serieus. Maar de politici in Den Haag denken daar anders over. Computergames staan daar niet hoog op de prioriteitenlijst en dat is best jammer. Dat vinden althans de spelontwikkelaars Tomas Sala en Wim Westera van de Nederlandse belangenorganisatie Dutch Games Association (DGA). Zij schrijven in een open brief in de Volkskrant dat onze ministers maar weinig aandacht hebben voor deze sterk groeiende markt.

De belangenbehartigers storen zich aan het gebrek aan kennis over gaming in Nederland. Onze politici hebben het ongetwijfeld enorm druk en dus is er geen tijd voor een spelletje. Wat niet weet, wat niet deert. Onbekend maakt onbemind. Die dingen dus. En jammer genoeg voor de spellenmakers in Nederland kom je dan nooit hoog op de agenda te staan. Overigens blijkt uit onderzoek van Sidney Vollmer dat onze Kamerleden tijdens een debat 38 procent van hun tijd op hun smartphone klooien. Er zijn zelfs uitschieters naar 90 procent. Het kan dus niet anders dat er ook gegamed wordt, misschien wel met elkaar.

Maar helaas leidt dat niet tot het serieus nemen van de bloedserieuze spellenindustrie in Nederland. Thomas Sala en Wim Westera proberen met hun open brief de aandacht te krijgen en zo – zoals bij onze oosterburen – de noodzakelijke steun en subsidies te mogen ontvangen. De ambitie is vooral om een podium te krijgen en mee te gaan in de wetgeving rond Nederlandse cultuurmakers, zoals bij de filmindustrie het geval is. Ook games zijn cultuurdragers. Dat kan zijn, maar is het dan nodig om – net als de Duitse overheid – tot wel de helft van de ontwikkelingskosten terug te betalen die de lokale game-makers uitgeven? Hebben we het hier over cultuur à la musea en orkesten of over commerciële organisaties?

Het lijkt er op dat de game-industrie – die je feitelijk lastig een lokale industrie kunt noemen omdat je over de hele wereld klanten hebt – in Nederland niet te vatten is. Het reguliere bedrijfsleven in Nederland mist daardoor ook een kans om deel te nemen aan de wereldwijde olievlek. Slechts weinig marketeers hebben in hun marketingstrategie partnerships in de gaming-industrie vastgelegd, compleet met businesscase.

De DGA mag daarin een voortrekkersrol pakken. Wellicht moet deze organisatie meer aan marketing doen. Eén open brief is een begin maar niet voldoende. Bewijzen van enorme successen in gamend Nederland zijn er genoeg. Sterker nog, ik ben van mening dat een vastgeroest programma als Studio Sport in kijkcijfers wordt ingehaald door het online volgen van games. Dit is een volkomen gemiste gebeurtenis voor politici en marketeers…

Ken je de e-sporter Victor Goossens? Wat Jonathan Barnett is voor de voetbalwereld, is Victor Goossens onder de gamers. Het e-sportteam van hem (36) is volgens Forbes inmiddels meer dan 300 miljoen euro waard – en groeiende. Als tiener richtte hij Team Liquid op om te transformeren van vriendencluppie tot een wedstrijdgameteam, dat vorig jaar ruim 200 miljoen euro aan prijzengeld binnenharkte. De teller tikt binnenkort naar 100 professionele gamers in zijn team.

De komende jaren groeit de game-wereld nog harder, zeker onder de huidige omstandigheden. Dus ministers, nu allemaal aan de Fortnite!

Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie