Naar inhoud

Voorlopig is autonoom autorijden in Nederland nog een utopie

Na Singapore is Nederland wereldwijd gezien het best voorbereid op de komst van de zelfrijdende auto’s. Nederland scoort namelijk goed op het vlak van de infrastructuur met een goed onderhouden wegennet en een fijnmazig laadnetwerk voor elektrische auto’s. Maar ook op het gebied van het beleid en de regelgeving gericht op het testen en experimenteren met autonome voertuigen scoort het land hoog. Toch laat autonoom rijden binnen de Nederlandse landsgrenzen voorlopig nog wel even op zich wachten.

Dit kun je opmaken uit de ‘2020 Autonomous Vehicles Readiness Index – Assessing the preparedness of 30 countries and jurisdictions in the race for autonomous vehicles’, een onderzoeksrapport van accountants- en adviesbureau KPMG. Het bureau analyseert jaarlijks 30 landen op basis van de belangrijkste voorwaarden voor een succesvolle, grootschalige introductie van autonoom vervoer, zoals overheidsbeleid en wetgeving, de kwaliteit van de infrastructuur, de beschikbaarheid van nieuwe technologieën en de verwachte acceptatie door de consumenten. Singapore, Nederland en Noorwegen lopen daarin voorop en worden gevolgd door de Verenigde Staten van Amerika, Finland en Zweden.

Voorbereiding op autonoom autorijden

“De meeste landen hebben in het afgelopen jaar duidelijk progressie geboekt” duidt Stijn de Groen, manager global strategy bij KPMG. “We zien duidelijk dat steeds meer overheden zich richten op het ontwikkelen van aangepaste regelgeving en op het bevorderen van maatschappelijke acceptatie van de technologie. We hopen dat onze index daar een bijdrage aan levert door de ontwikkeling en de verschillen in aanpak tussen de landen expliciet te maken. In de indexen van 2018, 2019 en 2020 staat Nederland er goed voor.”

“Maar als ik de logica van de index volg, ben ik bang dat Nederland uiteindelijk niet het land wordt waar autonome voertuigen als eerste worden geïntroduceerd. Nederland heeft een kwalitatief hoogwaardige maar relatief kleine industrie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van autonome voertuigen en de benodigde technologie. De innovaties op dit vlak komen eerder uit Israël, de VS of Japan. Deze landen scoren nu al hoog op het vlak van de technologie en innovatie en klimmen verder omhoog op de index bij verdere stimulering op de andere pijlers – waaronder beleid en regelgeving – maar ook door investeringen in de infrastructuur.”

Uitdagingen voor grootschalige implementatie

“Nederland is desondanks nog steeds goed op weg. Verschillende Nederlandse instanties en bedrijven blijven namelijk experimenteren en leren. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de pilot met slimme verkeersregelinstallaties als onderdeel van het programma ‘Talking Traffic’ van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en tevens door de Nederlandse rol in het onderzoek naar truck platooning. Internationaal worden Nederlanders daarom nog steeds als leidend beschouwd.”

“Tegelijkertijd zijn er in Nederland op dit moment belangrijke uitdagingen om het autonoom rijden daadwerkelijk van de grond te krijgen. Uit de testen met truck platooning is bijvoorbeeld gebleken dat het nog niet zo eenvoudig is om de vrachtwagens voortdurend onderling verbonden te houden. Daarnaast zijn de pogingen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), Rijkswaterstaat en een aantal bedrijven om de vaardigheid van een autonoom voertuig te examineren en te voorzien van een speciaal ‘rijbewijs’ nog niet succesvol gebleken.”

“Hoewel de autonome voertuigen van nu al zeer geavanceerd zijn, moeten er in Nederland nog flinke hobbels worden genomen voordat deze auto’s zelfstandig de weg op kunnen. Als Nederlanders in dit stadium al willen profiteren van autonome voertuigen, kan dat alleen in afgesloten gebieden of daartoe aangewezen wegen en rijstroken. In een dichtbevolkt land als Nederland is dit lastig te realiseren. Dat betekent dat autonoom rijden in Nederland voorlopig nog wel even op zich laat wachten.”

Benzinauto’s bepalen voorlopig het straatbeeld

Omdat de zelfrijdende auto’s voorlopig geen onderdeel uitmaken van het Nederlandse straatbeeld, zijn Nederlanders vooralsnog genoodzaakt zelf achter het stuur te kruipen. Ondanks de opmars van hybride en elektrische auto’s, blijven de benzineauto’s voorlopig nog koploper op het gebied van de jaarlijkse autosales in Nederland. Dit kun je opmaken uit de ‘Smart Car Monitor 2020 – Toekomst van elektrisch, connected, autonoom en gedeeld autorijden’. Dit is een onderzoeksrapport van marktonderzoeksbureau Multiscope, dat is gebaseerd op een grootschalig onderzoek onder 6.100 Nederlanders.

Eén op de vier Nederlanders geeft aan binnen nu en een jaar een auto te willen kopen. Omgerekend naar heel Nederland zijn dit ongeveer 3,3 miljoen consumenten. De grootste groep kiest het komende jaar nog steeds voor een benzineauto (11%). De volledig elektrische auto is een stuk minder populair (3%) en de hybride auto schommelt er tussenin (6%). De prijs van een elektrische auto is veruit de meest genoemde reden om er geen te kopen (59%). Op enige afstand volgen drempels zoals het vaak moeten opladen (35%) en het gebrek aan oplaadpunten (34%). Ook de duur van het opladen van een elektrische auto wordt vaak genoemd (25%).

Toyota en Tesla zijn onderscheidende merken

Onder Nederlanders die van plan zijn om een benzineauto of dieselauto te kopen, steekt er niet één merk echt bovenuit. De percentages liggen dicht bij elkaar. Wel is zichtbaar dat bij beide types Volkswagen het vaakst de voorkeur krijgt. Het is echter een ander verhaal voor hybride auto’s en volledig elektrische auto’s. Toyota is op het gebied van de hybride auto’s de absolute lijstaanvoerder (37%). Tesla (22%) staat ruim bovenaan wanneer het gaat om de volledig elektrische auto’s.

De toekomstige elektrische rijders

Meer dan één op de drie Nederlanders geeft aan op termijn een elektrische of hybride auto te willen kopen. Dit komt neer op 4,8 miljoen Nederlanders. Gemiddeld geeft men aan dit binnen zeven jaar te willen doen. Het merendeel schaft er pas één aan over vijf jaar of nog later. De potentiële kopers van een elektrische of hybride auto zijn het vaakst van het mannelijke geslacht, behoren tot de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar, hebben een hoger beroepsonderwijs genoten of zijn universitair opgeleid en zijn werkzaam in de consultancy of de informatietechnologie. Daarnaast hebben zij vaak een inkomen van één keer modaal of meer en hebben een politieke voorkeur voor D66 of GroenLinks.

Gemiddeld genomen heeft ongeveer de helft van de Nederlanders niet echt een goed beeld van de verschillen tussen een elektrische auto en een benzineauto. Van hen die hier wel een beeld bij hebben, vindt de meerderheid dat een elektrische auto niet minder zuinig of minder veilig is dan een benzineauto. Deze groep consumenten bestaat voornamelijk uit mannen in de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar. Daarnaast hebben zij vaak een zakelijke leaseauto of een auto van het eigen bedrijf en hebben ze een politieke voorkeur voor D66 of GroenLinks.

Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie