Naar inhoud

NOS-uitzending troonswisseling geen Amsterdams feestje

De kijker zo dicht mogelijk bij de gebeurtenissen rond de troonswisseling brengen. Dat was het doel dat de NOS zichzelf stelde bij het maken van de uitzending rondom dit evenement. Welke content via welk kanaal verspreid zou worden, stond voor veel onderdelen van het programma al vast, maar er was zeker ruimte voor spontaniteit. Ook content uit sociale media werd daarin meegenomen. Rachid Finge, social media coördinator bij NOS, vertelt dat de omroep ook wilde laten zien hoe Nederlanders buiten Amsterdam de wisseling beleefden.

Met ruim honderdzestig camera’s die de NOS inzette bij het maken van uitzending rondom de troonswisseling op 30 april jongstleden, moest een belangrijke belofte aan de kijker vervuld worden. “We wilden de kijkers zo dicht mogelijk bij alle gebeurtenissen rondom de troonswisseling te brengen”, vertelt Rachid Finge, social media coördinator bij de NOS.

Welke content op die voorlopig laatste Koninginnedag gemaakt moest worden lag voor de belangrijke programmaonderdelen, namelijk de abdicatie, de inhuldiging en de Koningsvaart, al maanden vast. Finge: “Voor deze vaste onderdelen waren ook repetities waarbij de NOS aanwezig was. Wij konden zo voorbereiden hoe we iets in beeld wilden brengen, maar ook de Koninklijke familie kreeg hierdoor een idee over waar ze in beeld zouden komen en waar ze privacy hadden.”

Kijker via elk kanaal bereiken

De omroep heeft veel kanalen ingezet, maar televisie was altijd leidend. Daarnaast konden mensen ook meekijken op de website en via de app. Mensen in het buitenland konden de troonswisseling via YouTube volgen. Er was daarnaast een 27-uur durende radio-uitzending en er werden live blogs gemaakt voor op de websites. In die blogs werden steeds korte nieuwsupdates gegeven. Daarnaast werden ook korte videosamenvattingen gemaakt.

Ook al was de troonswisseling niet het eerste evenement waarbij sociale media een grote rol speelden in een uitzending, wel was dit de eerste troonswisseling waarbij sociale media werden gebruikt. Normaal is het bijhouden van content in sociale media een subtaak van de redactie, maar tijdens de troonswisseling is de gehele dag één communitymanager ingezet. Hij kon hierdoor focussen en inhaken op wat er gebeurde op Twitter, Facebook en Google +.

Ruimte voor spontaniteit

Door de sociale media kanalen te betrekken was er ook ruimte voor spontaniteit. “Zo tweette iemand tijdens de inhulding bijvoorbeeld dat het afleggen van de eed door de leiders van de parlementsfracties, alle Kamerleden en de afgevaardigden van het Caribische deel van het Koninkrijk de langste wave was die hij ooit had gezien. Daar haken we dan op in”, vertelt Finge.

Ook haakte de NOS in op vragen van kijkers. “Tijdens de Koningsvaart was de vrouw van de burgemeester van Amsterdam veel in beeld. Op sociale media vroegen veel mensen zich af wie die vrouw was. Doordat we sociale kanalen continu monitorden konden we hier op televisie antwoord op geven”, aldus Finge.

Finge vertelt dat het bij het tonen van berichten op televisie tijdens de troonswisseling niet uitmaakte of die persoon honderd of duizend volgers had. “Voor ons was het belangrijk dat de troonswisseling geen Amsterdams feestje zou worden. We wilden laten zien hoe iedereen de dag beleefde. We hebben niets gedaan om bepaalde influencers te bewerken. Ik denk dat je gewoon je werk goed moet doen en dat de mensen met veel invloed dan vanzelf meekomen. Zo was Alexander Klöpping (internetondernemer – red.) voorafgaand heel sceptisch, maar na de uitzending twitterde hij dat de NOS alles heel mooi in beeld heeft gebracht.”

Sentiment meten

Naast het verzenden van en het reageren op berichten in sociale media, wilde de NOS ook sentiment meten tijdens de uitzending. Via de tool O2mc Community werd besloten een pilot te draaien op 30 april. “Ik vertelde op televisie wat het sentiment was rondom de gebeurtenissen, maar dit kwam niet bij iedereen even goed over. Misschien was het te onduidelijk en snapte niet iedereen hoe er precies geanalyseerd werd. Ook doet het woord sentiment alleen al een beetje denken aan verdriet.”

Finge vertelt dat voor een volgend evenement bepaald moet worden of het laten zien van dit sentiment op zijn plaats is op televisie. “Misschien kunnen we het beter online laten zien, omdat je daar meer ruimte hebt voor uitleg.” Wel heeft de pilot laten zien dat de metingen werkten, want tijdens het oppakken van een actievoerder, daalde het sentiment aanzienlijk.

Een ander leerpunt bij het combineren van de content uit sociale media en televisie gaat over de ervaring van kijkers. Finge: “Sommige kijkers zien het concept sociale media op televisie vaak onterecht als het voorlezen van tweets. We willen daarom vooral focussen op tweets met foto’s of afbeeldingen, zodat we iets kunnen laten zien op televisie.”

Gefundeerde plek voor sociale media binnen NOS

Na een jaar houdt de functie sociale media coördinator op te bestaan. Het is de bedoeling dat Finge ervoor zorgt dat sociale media een gefundeerde plek binnen de organisatie krijgen. Uiteindelijk moeten deze kanalen een vanzelfsprekend onderwerp binnen het redactieproces zijn. Of een jaar genoeg is om dit voor elkaar te krijgen, betwijfelt Finge: “Belangrijk is dat ik een goede basis leg waarmee goed uit te bouwen valt.”

Na 30 april worden nieuwsberichten niet meer automatisch gepusht via Twitter. Redacteuren moeten nu zelf prikkelende titels schrijven voor hun tweets. Uiteindelijk wil Finge dat tijdens het doorspreken van de onderwerpen niet alleen de vragen ‘wat doen we er mee op televisie, op radio en op internet’ gesteld worden. Ook de vraag ‘wat doen we met dit nieuws op sociale media’ zou standaard gesteld moeten worden. 

Bron: Customer Talk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie