Naar inhoud

De fabeltjes over China als het grote gele e-commercegevaar

In een eerder artikel heb ik aandacht besteed aan de misverstanden over het Chinese sociale kredietsysteem die door de pers al dan niet onbewust de wereld in worden geholpen en in stand worden gehouden. Een van de berichten in kwestie is een aflevering van VPRO’s Tegenlicht genaamd ‘Shoppen volgens China’. Maar het zijn niet alleen de beweringen over China’s sociale kredietsysteem die, met uitzondering van het interview met expert Rogier Creemers, incorrect zijn. Hoewel de uitzending al weer enkele maanden oud is, wil ik graag nog eens reageren op een aantal andere onwaarheden in de betreffende uitzending.

Gaat Alibaba bol.com kopen?

In de uitzending suggereert Tegenlicht dat de Chinese e-commercereus Alibaba bol.com wel eens kan opkopen. Theoretisch is dat natuurlijk mogelijk. Alibaba beschikt over meer dan genoeg middelen om een dergelijke kleine lokale partij over te nemen. Het feit dat de suggestie echter überhaupt gedaan wordt, getuigt niet van veel inzicht en voorbereidingswerk van de redactie. Als men de moeite had genomen om de strategie en het investeringsbeleid van Alibaba te bestuderen, was men namelijk niet tot die suggestie gekomen.

Kijken we naar de investeringen die Alibaba de afgelopen jaren in westerse e-commercebedrijven heeft gedaan, dan zien we de volgende partijen de revue passeren:

  • Fanatics (Amerikaanse online retailer in sportkleding) en ShopRunner (Amerikaanse online marktplaats) in 2013, beide onderdeel van Kynetic;
  • 1stDibs (Amerikaanse online marktplaats) in 2014;
  • 11Main (Amerikaanse online marktplaats) in 2014;
  • Jet.com (Amerikaanse online retailer) in 2015.

Alibaba heeft haar aandeel in 11Main inmiddels al van de hand gedaan. Over de andere bedrijven waarin is heeft geïnvesteerd, is Alibaba redelijk low-profile. Het lijkt er eerder op dat de investeringen gedaan zijn om kennis op te doen over andere markten dan dat het doel was die agressief te willen veroveren. Alibaba investeert ook regelmatig in andere westerse bedrijven, maar dit betreft hoofdzakelijk het acquireren van (ICT-)kennis op diverse gebieden waar Alibaba van origine niet sterk in is, zoals sociale netwerken, zoekmachines, messaging en games. Denk hierbij aan bedrijven als Snapchat, Tango, Lyft, Kabam en Quixey.

Ik volg Alibaba’s investeringen op de voet en na 2015 heeft het bedrijf voor zover mij bekend geen noemenswaardige investeringen meer gedaan in westerse e-commercebedrijven. De grote investeringen die Jack Ma’s bedrijf na haar beursgang in 2014 wél heeft gedaan in de e-commercesector richten zich volledig op Zuid-Azië en Zuidoost-Azië:

  • financiering Snapdeal (India) in 2015;
  • acquisitie van Lazada (Zuidoost-Azië) in 2016;
  • financiering Redmart (Singapore) in 2016;
  • financiering Tokopedia (Indonesië) in 2017;
  • financiering BigBasket (India) in 2017;
  • acquisitie Daraz (Pakistan, Bangladesh, Myanmar, Sri Lanka en Nepal) in 2018.

Kortom, Alibaba richt zich voor haar internationale expansie met name op sterke partijen in opkomende economieën in haar eigen deel van de wereld. Het bedrijf realiseert zich namelijk maar al te goed dat dergelijke markten sterk op het China van 10 tot 15 jaar geleden lijken en online shopping daar vaak nog niet echt goed ontwikkeld is. Kortom, een relatief makkelijke markt om het model van Jack Ma’s bedrijf te repliceren.

Alibaba maakt in haar langetermijnstrategie duidelijk dat het in 2030 één miljard wereldwijde klanten wil hebben. Maar ze richt zich daarbij eerst op deze opkomende markten. Het bedrijf beseft terdege dat ze ook de ervaring van marketing naar de westerse consument mist, net zoals veel westerse online shops als Amazon geen speler van groot belang zijn in China en eBay zelfs compleet heeft gefaald in dat land. De suggestie dat Alibaba een relatief onbeduidende lokale partij als bol.com in een westerse markt wil kopen, strookt dus niet met de strategie van Jack Ma en consorten. Zeg nooit nooit, maar voorlopig heeft het geen prioriteit om in westerse markten te concurreren via lokaal opererende bedrijven.

Oud-bol.com-manager Michael Schaeffer geeft het in de Tegenlicht-aflevering al aan: ”bol.com heeft de afgelopen jaren een aantal keer in de verkoop gestaan. Als Alibaba het echt had gewild en Nederland groot genoeg was om interessant te zijn, hadden ze die aankoop al lang gedaan.” Dank je, Michael. Einde stemmingmakerij.

Verpesten Chinese webshops onze detailhandel?

Tegenlicht interviewt in de documentaire ook een oud-medewerkster van V&D en praat over winkels die uit het straatbeeld verdwenen zijn, zoals Manfield en Dolcis, twee van de winkelketens van de failliet-verklaarde moeder Macintosh Retail Group. Ook loopt Tegenlicht met de burgemeester van Weert langs mistroostige lege winkelpanden. De schuld voor de leegstand wordt gelegd bij het online shoppen. Het feit dat de scene onderdeel is van een documentaire over Chinese webwinkels suggereert dat de Chinese internetbedrijven de grote boosdoeners zijn. We weten echter dat het faillissement van retailers niet simpelweg verklaard kan worden door agressieve online concurrentie, maar ook door het feit dat sommige ketens veel te laat hebben gereageerd op de veranderende markt.

Wat shoppen bij Chinese bedrijven betreft, het aandeel van e-commerce in de detailhandelsector is volgens Thuiswinkel Markt Monitor een kleine 10 procent. 4 procent van de online aankopen wordt over de grens gedaan en daarvan komt 30 procent uit China, zoals Thuiswinkel.org recent berichtte (bron: GfK ShoppingTomorrow Consumer Research 2017). Chinese webshops claimen dus 0,12 procent van de totale on- en offline winkelaankopen in de Nederlandse markt. Zou het dan echt door China komen dat al die etalages leegstaan?

Heeft Alibaba 80 procent van het internetverkeer in China in handen?

We zien in Tegenlicht ene Jeff Sica, een wealth manager. Wie de man precies is, blijft onduidelijk. Hij lijkt betrokken te zijn bij de beursgang van Alibaba, dus wellicht is het een oud fragment uit 2014. Wat hij zegt, blijft wel hangen: “Alibaba beheert op dit moment 80 procent van het internetverkeer in China.” Dat zou betekenen dat de consument 80 procent van zijn tijd doorbrengt op Alibaba-sites en -apps. Jack Ma zou daar zeker blij mee zijn. De werkelijke cijfers zijn echter anders. In 2016 berekende Mary Meeker dat Alibaba slechts zo’n 10 procent van de tijd claimt die de Chinees op zijn mobiele telefoon besteedt – in tegenstelling tot ruim 50 procent voor Tencent. Wat Sica waarschijnlijk bedoelt, is dat Alibaba zo’n 80 procent van de onlineretailmarkt in handen heeft. Dat klopt namelijk wel. Als de aandelen in de business-to-consumer-markten (Tmall) en consumer-to-consumer-markten (Taobao) bij elkaar worden opgeteld, heeft Alibaba 80 procent van de onlineshoppingmarkt in handen. Maar dat is heel iets anders dan 80 procent van het internetverkeer. Kanttekening bij dit marktaandeel is overigens wel dat dit percentage vooral wordt opgekrikt door de C2C-markt, die nog steeds een groot aandeel heeft in China en waar Taobao vrijwel alleenheerser is. In de B2C-markt heeft Alibaba ongeveer een marktaandeel van 50 procent.

Journalist Hans Moleman spreekt over de mogelijkheid dat Alibaba en Tencent logistieke centra kunnen opzetten in Limburg. Maar wat Tencent, een bedrijf met name gericht op games en social media, met zo’n logistiek centrum moet, vraag ik me toch wel af. Net zoals Alibaba een zwakke positie heeft in social media is de e-commercebusiness van Tencent verwaarloosbaar. Tencent laat dat over aan partner JD.com en heeft enkele jaren geleden haar kleine e-commerce-initiatieven zelfs overgedragen aan JD.

Blokkeert de Great Firewall alle buitenlandse websites en webshops?

Tegenlicht spreekt ook over de Great Firewall en beweert dat in China al het buitenlandse internetverkeer gestopt wordt. Dit is natuurlijk niet correct. Wat er wel plaatsvindt, is een vorm van filtering. Daarbij worden websites geblokkeerd die informatie bevatten die de communistische partij schadelijk vindt. Maar de meeste websites zijn gewoon toegankelijk binnen China. Greatfire.org analyseert continu hoeveel er daadwerkelijk geblokkeerd wordt door de Great Firewall. Ten tijde van het schrijven van dit artikel waren dat bijvoorbeeld bijna 9.000 domeinnamen. Wereldwijd zijn er ruim 330 miljoen domeinnamen, waarvan zo’n 21 miljoen Chinees. Het percentuele aandeel van het internet dat door China geblokkeerd wordt, is dus verwaarloosbaar. Dat neemt niet weg dat er binnen die 9.000 domeinnamen een aantal behoorlijk omvangrijke media en veel bezochte platforms zit.

Moleman vertelt verder dat je op een zwarte lijst komt als je online staatsgevaarlijke websites bezoekt. Dat is echter ook niet correct. Die websites maken namelijk onderdeel uit van de genoemde 9.000 geblokkeerde domeinnamen en kun je dus helemaal niet bezoeken. Er kan op z’n hoogst registratie plaatsvinden van een poging om zo’n site te bezoeken, maar er zijn mij geen gevallen bekend dat mensen zijn bestraft voor het proberen te openen van een ongewenste website als Facebook. Chinezen kunnen wel gebruik maken van een virtual private network (VPN) om de Great Firewall te omzeilen en dergelijke sites te bezoeken. Maar dat bezoek is dan niet zichtbaar. Een van de redenen dat de overheid het gebruik van VPN’s door burgers steeds moeilijker maakt.

Moleman adviseert tevens om maar niet teveel kritische boeken te kopen op Chinese websites, want je volgende visumaanvraag kan wel eens geweigerd worden op grond van je aankopen. Rogier Creemers heeft een slimmer antwoord op de vraag of je beter niet teveel van dat soort boeken kunt kopen: ”Die boeken kun je niet kopen. Die zijn er niet.”

Tegenlicht beweert dat het onmogelijk is om in Europa een internetwinkel te beginnen gericht op de Chinese markt. Niets is minder waar. E-commercewebsites worden normaal niet geblokkeerd door de Great Firewall omdat ze geen politiek gevoelige informatie bevatten. Het is echter wel zo dat de Great Firewall websites buiten China erg traag kan maken, waardoor het vaak verstandiger is een webshop voor de Chinese markt op een server in China te hosten. Maar er zijn desalniettemin veel Chinezen die ondanks de beperkingen in snelheid toch volop shoppen op buitenlandse websites als Amazon.com. Dergelijke webshops hebben zelfs speciale verzenddiensten en betaalmethoden ingericht voor hun klanten uit het Middenrijk.

Tegenlicht beweert dat de Chinese overheid dankzij WeChat toegang heeft tot de data van elke Chinees. Dit ligt in de praktijk echter genuanceerder. Het is onwaarschijnlijk dat de overheid directe toegang heeft tot alle big data van Tencent. Maar het is wel zo dat bij verzoeken van de overheid internetbedrijven als Tencent gebruikersdata dienen te overhandigen. Internetbedrijven moeten chathistories dan ook 6 maanden bewaren. Degelijke verzoeken worden in de praktijk vooral gedaan voor personen die de overheid als probleemgevallen ziet, zoals activisten en dissidenten.

Helaas zal slechts een klein deel van de mensen die de Tegenlicht-aflevering gezien heeft dit artikel lezen. Dat is spijtig, want ongenuanceerde berichtgeving en luie journalistiek zonder het grondig controleren van beweringen draagt niet bij aan het schetsen van een waarheidsgetrouw beeld van China. En juist in tijden dat China’s rol op het wereldtoneel sterker wordt, met alle kansen en bedreigingen die dat biedt, is het creëren van onwaarheden en ontbreken van nuance het laatste waar we behoefte aan hebben.

De auteur deed als marketingconsultant twee jaar (2011-2013) vrijwilligerswerk voor goede doelen in Xi’an, China. Naast zijn reguliere werk als CRM-specialist geeft Ed Sander lezingen, colleges en workshops voor ChinaTalk en schrijft hij artikelen over onder andere social media, e-commerce, consumentengedrag en innovatie in China. Bezoek de website ChinaTalk voor zijn gratis e-books en video’s van lezingen en colleges.

Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie