Naar inhoud

De toekomstscenario’s voor Nederlandse bedrijven na COVID-19

De economische en maatschappelijke gevolgen van de COVID-19-pandemie zijn ontegenzeggelijk enorm. Bovenal zorgt het virus voor onzekerheid, want het einde van de pandemie is zeker nog niet in zicht. Het coronavirus veroorzaakt ondertussen op wereldschaal ziekte en sterfte en heeft mensen veel angst ingeboezemd, zowel voor de hun gezondheid als voor hun financiële toekomst. Op maatschappelijk en politiek vlak staan de verhoudingen inmiddels op scherp.

Zo is er een gevecht om schaarse medische middelen en apparatuur ontstaan die ver van een meer coöperatieve samenwerking af staat, die wellicht veel effectiever is voor de bestrijding van een wereldprobleem als een pandemie. En de wereldwijde lockdown-maatregelen die de economie op zijn minst een extra opdoffer hebben gegeven, leiden tot een hevige discussie over in hoeverre het economisch welzijn opgeofferd mag worden voor de algemene gezondheid.

Impact van de COVID-19-pandemie

Wie een jaar geleden had voorspeld dat de Nederlandse overheid het grootste financiële steunpakket ooit zou aankondigen en dat de lonen van zo’n 2,3 miljoen werknemers indirect door de overheid zouden worden uitbetaald, zou met ongeloof zijn aangekeken. Dat dit enorme vangnet voorlopig erger doet voorkomen, is mede te danken aan prudent fiscaal beleid van de Nederlandse overheid uit het verleden. En de burgers zetten zich schrap, maar tonen eveneens enorme veerkracht om deze uitzonderlijke omstandigheden zo goed mogelijk het hoofd te bieden.

Desondanks lijdt het geen twijfel dat deze crisis diepe sporen nalaat. De gevolgen gaan veel verder dan de constatering dat thuiswerken prima te doen is of dat de voorraden medisch materiaal moeten worden uitgebreid. De snelheid en omvang waarmee de pandemie om zich heen heeft gegrepen, doen de vraag rijzen over hoe in de toekomst met dergelijke risico’s moet worden omgegaan en vooral wie deze moet dragen. Is het de overheid die altijd het beste antwoord op rampspoed heeft? Of is de markt veel beter in staat om ontij te pareren? En zijn burgers het weerbaarst wanneer zij de muren van hun eigen cocon hoog optrekken? Of wanneer zij veiligheid zoeken in een gemeenschap met anderen?

Fundamentele vragen over de crisis

Het zijn deze fundamentele vragen waarop ABN AMRO inzicht wil geven met het rapport ‘Ondernemen is vooruitzien – Nederland na corona in vier scenario’s’. Het betreft vraagstukken waar je als ondernemer nu al over na moet denken. Het toont tot op sectorniveau uiteenlopende scenario’s die zich kunnen ontvouwen in de periode na het overwinnen van de huidige crisis. Het doel is niet zozeer om met harde cijfers en puntschattingen precieze voorspellingen te geven, maar veeleer om in grote lijnen verschillende toekomstige werelden te schetsen ter ondersteuning van strategische discussies en plannen voor de toekomst.

Vier scenario’s voor de toekomst

Met het rapport wordt een stap richting de toekomst gezet. Dat is een toekomst waarin het coronavirus geen bedreiging meer is – bijvoorbeeld omdat er een vaccin of medicijn is – en de lockdown-maatregelen volledig zijn afgebouwd. Het is nog zeer onzeker wanneer het zover is, want in het slechtste geval duurt het nog jaren, bijvoorbeeld pas in 2025. In welke richting ontwikkelen economie en maatschappij zich dan? Op basis van kennis wordt een beeld geschetst welke kant het vanaf dat moment op kan gaan.

De scenario’s zijn gebaseerd op een uitvergroting van de maatschappelijke trends die door de virusuitbraak ontstaan of erdoor worden versterkt. Deze trends kunnen de wereld van morgen ingrijpend veranderen. Tegelijkertijd is het echter zeer onzeker welke trend de overhand krijgt of op langere termijn behouden blijft. Om de gevolgen van die trends inzichtelijk te maken, zijn in de scenarioanalyse de ontwikkelingen eenzijdig uitvergroot. De werkelijkheid is uiteraard genuanceerder. De scenario’s zijn dus in beginsel een verkenning en niet normatief

De overheid versus de markt

Zolang het virus in onze samenleving aanwezig is, moeten we ons leven herschikken door anderhalve meter afstand te houden en ons al bij de minste klachten die op een infectie kunnen wijzen gedisciplineerd onderwerpen aan een quarantaine. Dit herschikken vereist grote aanpassingen in de wijze waarop we ons economisch leven organiseren: huishoudens en bedrijven moeten omschakelen naar een situatie zonder fysiek contact.

Omdat fysiek contact gevaar van besmetting met zich meebrengt, zijn ook consumenten gericht op het vermijden van mogelijk fysiek contact. Ondanks de zorgvuldige aanpassingen die ondernemers doen om contact te vermijden, kunnen zich grote structuurverschuivingen in de economie voordoen. Grootschalige test- en traceercapaciteit helpt daarbij, al heeft de technologie die we daarvoor moeten inzetten naar verwachting grote invloed op de samenleving.

Al deze aanpassingen kan onze wereld doen bewegen naar een meer gereguleerde en centraal aangestuurde samenleving waarin de overheid een grote rol speelt. Zo kan de overheid het voortouw nemen in het reguleren en het controleren van onze activiteiten. Met name de koppeling van ons gedrag aan gezondheidsindicatoren brengt zeer privacygevoelige informatie aan het licht. Het gevolg kan zijn dat de overheid zich daardoor gedwongen kan voelen om de uitvoering, regulering en controle in eigen hand te houden.

Tegelijk is het goed denkbaar dat we dit aan de vrije markt over willen laten en sturen op een meer open samenleving met decentrale machtsstructuren. In dat geval zijn het juist marktpartijen die inspringen op alle veranderingen die het afstand houden, testen en traceren met zich meebrengen. Grote technologiebedrijven kunnen producten en diensten ontwikkelen die ons wellicht meer bewegingsvrijheid en gemak bieden dan een overheid dat kan. Ondanks bezwaren met betrekking tot privacy en datamisbruik is het voorstelbaar dat wij snel gewend raken aan deze producten en diensten en de voordelen ervan zwaarder wegen dan de nadelen, zelfs als het coronavirus uit ons leven is verdwenen.

Het individu versus het collectief

Wij kennen in Nederland een hoge mate van solidariteit. Niet alleen hebben we een sterke verzorgingsstaat – waardoor iemand met pech in het leven er niet alleen voor staat – ook in ons pensioenstelsel, ons onderwijs en de zorg zit de onderlinge solidariteit relatief sterk ingebakken. Tegelijk wordt onze samenleving gekenmerkt door een hoge mate van vrij ondernemerschap, waarbij het aandeelhouderschap veel rechten geeft, kapitaal en bedrijvigheid moeiteloos over de grenzen kunnen worden verplaatst en waarbij consumenten grote vrijheid hebben in de manier waarop ze hun middelen aanwenden.

De anderhalve-meter-samenleving en de zelfquarantaine doen een stevig beroep op onze onderlinge solidariteit. Gezonde jonge mensen kunnen de nacht niet doorbrengen in een volle discotheek, omdat ze daarmee anderen in gevaar kunnen brengen. Aan kleine zelfstandigen met een verkoudheid wordt gevraagd potentiële klanten af te bellen. Het zijn ongewone verzoeken tot solidariteit.

De grote vraag is echter of we solidair met elkaar blijven en dit zelfs in toenemende mate wordt afgedwongen, of het recht van de sterkste geldt. Het antwoord kan ons vermogen tot collectieve besluiten over de zorg, het pensioen en de verdeling van inkomen en vermogen in de wielen rijden of mogelijk juist het relatief vrije ondernemerschap en de keuzevrijheid van consumenten aan banden leggen. Ook blijkt onze bereidheid tot collectieve actie in een verbonden wereld beslissend voor een leefbaar klimaat.

Dit leidt tot vier mogelijke toekomstscenario’s:

  • Een marktgeoriënteerde, innovatieve, efficiënte en productieve samenleving met decentrale machtsstructuren en sterk individualistische en libertaire waarden met de focus op onmiddellijk profijt en het vooropstellen en veiligstellen van eigenbelang.
  • Een marktgeoriënteerde, innovatieve en technologische samenleving met decentrale machtsstructuren en sterk solidaire waarden met de focus op waardecreatie op lange termijn en bescherming van sociale en ecologische belangen.
  • Een samenleving met gecentraliseerde macht, maar met wantrouwen in een controlerende staat, instituties en technologie. Sterk individualistische waarden en de focus op onmiddellijk profijt, vooropstellen en veiligstellen van eigenbelang en buitensluiten van anderen. Het is een voedingsbodem voor populisme en antiglobalistische sentimenten.
  • Een samenleving die sterk steunt op gecentraliseerde macht bij de overheid die ook sturend is richting consumenten en bedrijven. De overheid is hoeder van gedeelde solidaire sociale waarden met de focus op waardecreatie op lange termijn en bescherming van sociale ecologische belangen.

Scenario 1 – Vrijheid voor de sterken


Nationale economie

Dit is een economie met vrije markten, lage toetredingsdrempels, veel innovatie en hoge productiviteit – een economie waarin materiële welvaart sterk kan groeien. Een groot gedeelte van die welvaart slaat echter neer als winst bij bedrijven en aandeelhouders en niet in de vorm van lonen. De ongelijkheid neemt toe: rijken worden rijker, de middenklasse stagneert en er zijn steeds meer armen. Omdat door lage belastingen arbeid minder kost, is er meer ruimte voor laagbetaalde arbeid en daarmee voor een toename van de werkgelegenheid.

Consumenten

Consumenten zijn gericht op prijs en kwaliteit. Consumenten delen met producenten de opvatting dat duurzaamheid geen prioriteit heeft. Profijt op korte termijn is leidend. Groene innovaties breken alleen door als deze een onmiddellijk en duidelijk kostenvoordeel hebben. Consumenten delen gegevens alleen als daar een direct eigenbelang mee gediend is. Voor een indirecter, abstracter gemeenschappelijk belang – zoals het bestrijden van een infectieziekte – zijn consumenten niet direct bereid hun privacy op te geven.

Bedrijfsleven

Bedrijven concentreren zich met name op de korte termijn. De aandeelhouderswaarde gaat boven het belang van andere belanghebbende factoren en partijen zoals milieu, consumenten, maatschappij en werknemers. Bedrijven richten zich op efficiëntie, lage kosten, hebben lage voorraden en lage kapitaalbuffers en leveren just in time. Ondernemers hebben minder aandacht voor stabiliteit en risico’s op de lange termijn, voor andere belanghebbenden en voor onbedoelde bijeffecten.

Duurzame innovaties vinden alleen ingang als ze een onmiddellijk voordeel bieden. Risico’s worden afgedekt met verzekeringen. Omdat eigenbelang prevaleert en samenwerking als een zakelijke transactie wordt gezien, is de kans op consensus kleiner en ontstaan makkelijker juridische conflicten. Verdienmodellen op basis van data worden geoptimaliseerd. De overheid grijpt op veel terreinen niet of nauwelijks in. Door de verminderde nadruk op regulering proberen grote bedrijven met marktmacht hun positie te consolideren, maar vanwege de innovatieve dynamiek in de economie en lage toetredingsdrempels worden ze wel continu gedwongen om te innoveren.

Dit is een economie waarin materiële welvaart sterk kan groeien.

Overheid

De bevolking kiest voor een kleine overheid. Collectieve systemen worden afgebroken, lage belastingen en lage collectieve uitgaven zijn het doel. Gezondheid, onderwijs en inkomenszekerheid zijn individuele keuzes, geen collectieve vormen van zekerheid. Er is een grote verzekeringsmarkt voor het afdekken van risico’s op vele gebieden, want de overheid heeft niet de middelen noch de wens en het mandaat om risico’s op te vangen. De overheid bezuinigt niet alleen sterk op sociale zekerheden, ook overheidsuitgaven aan bijvoorbeeld onderzoek, cultuur en media worden teruggeschroefd.

De publieke omroep verdwijnt, alle mediakanalen zijn commercieel. Instituten en regels dienen vooral efficiëntie en het economisch verkeer. Subsidies of CO2-beprijzing om energie- en klimaatdoelen te halen bestaan niet. En voor zover klimaat en milieu al belangrijk gevonden worden, geldt dat slechts voor individuen die hier via hun consumptiekeuzes richting aan willen geven. Maatschappelijke problemen worden in principe niet via systeemverandering opgelost.

Internationaal

De mondiale economie kenmerkt zich door lange productieketens, veel handel wereldwijd en ruime beschikbaarheid en keuze van producten. Binnen de Europese Unie (EU) bestaat weinig solidariteit. In recessies wordt dat voelbaar, want dan zijn afzetmarkten binnen de EU minder stabiel. Ook gezamenlijk beleid komt tot stilstand of wordt deels teruggedraaid als het geen onmiddellijk nationaal voordeel heeft.

Internationale afspraken komen alleen van de grond als deze onmiddellijke en duidelijke voordelen bieden. De grenzen gaan wijd open voor kapitaal en arbeidsmigranten. Er is weinig tolerantie voor vluchtelingen. Integratie is een verantwoordelijkheid van de individuele immigrant, niet van de ontvangende bevolking.

Scenario 2 – Open hightech-gemeenschap


Nationale economie

Het betreft hier een mondiale en open economie – een sociale markteconomie, waar innovatie en ondernemerschap alle ruimte krijgen. De economie groeit en die groei wordt deels gebruikt om de welvaart te delen en gemeenschappelijke voorzieningen in stand te houden. De welvaart is relatief gelijkmatig verdeeld, waardoor de middenklasse betrekkelijk groot is, wat gunstig is voor de totale consumptieve bestedingen.

Consumenten

De consumenten die het zich kunnen veroorloven, kopen bewust en hebben de voorkeur voor lokale, regionale en duurzame producten, hebben oog voor sociale omstandigheden in lagelonenlanden en zijn bereid daarvoor een hogere prijs te betalen. Duurzame producten zijn vanwege de prijs niet voor iedereen bereikbaar, zodat er ook een markt blijft voor goedkope producten uit lagelonenlanden.

Producenten en investeerders handelen in lijn met het bewuste en op duurzaamheid gerichte koopgedrag van consumenten. Privacy is belangrijk voor de consumenten, maar die consumenten accepteren bijvoorbeeld tracking-technologie als dit gebaseerd is op decentrale en open source-technologie. Blockchaintoepassingen zijn populair. Data kunnen met toestemming van de consumenten gebruikt worden ten behoeve van ketentransparantie en veiligheid.

Bedrijfsleven

Voor nieuwe en innovatieve bedrijven zijn er kansen te over. Bedrijven en investeerders concentreren zich in hoge mate op de lange termijn en nemen ketenverantwoordelijkheid, omdat de klanten dit willen en omdat de crisis hen wakker heeft geschud. Er is meer aandacht voor risicospreiding en hogere kapitaalbuffers. Duurzame bedrijven zijn winstgevend en kunnen blijvend investeren. De grotere voorkeur van consumenten voor regionale en duurzame producten leidt tot kortere productieketens.

Voor nieuwe en innovatieve bedrijven zijn er kansen te over.

Overheid

De maatschappij kiest democratisch voor collectieve voorzieningen op het gebied van gezondheid, onderwijs en inkomenszekerheid. Dit doet men vanwege de grotere behoefte aan solidariteit en in het verlengde daarvan een hoge, gespreide welvaart. Terwijl het bedrijfsleven door het nemen van eigen verantwoordelijkheid weet te voorkomen dat de overheid optreedt op het gebied van klimaat, verschuift de overheid haar aandacht en uitgaven richting sociale doelen.

Dat komt neer op grotere overheidsuitgaven via hogere belastingen, een sterk progressief belastingsysteem en niet langer met andere landen willen concurreren op de vennootschapsbelasting. De vrije markt veroorzaakt ongelijkheid, maar dat wordt beperkt door belastingen, goede toegang tot onderwijs en sociale zekerheid.

Internationaal

Mondiale thema’s en internationale handel worden gecoördineerd in multilaterale instituties. Vanwege de grote hang naar solidariteit is er veel bereidheid om tot consensus te komen, ook wat betreft klimaatdoelen. De grenzen zijn open voor zowel mensen als kapitaal. Door arbeidskrachten aan te trekken, wordt het effect van de vergrijzing gedempt. Vluchtelingen zijn niet alleen welkom, ook wordt in hen geïnvesteerd om hen een bijdrage te laten leveren aan economie en maatschappij.

Scenario 3 – De eigen staat


Nationale economie

Markten worden meer gereguleerd, er wordt ingezet op bescherming van het bedrijfsleven en nationale kampioenen, maar innovatie neemt af omdat gevestigde bedrijven meer investeren in belangenbehartiging. Hierdoor vervaagt de grens tussen lobby en corruptie. Winst- en vennootschapsbelasting dalen om zo het vestigingsklimaat en de internationale concurrentiepositie te verbeteren.

Ongelijkheid wordt niet gecorrigeerd via de belastingen en neemt verder toe doordat sociale zekerheid afbrokkelt. Sociale klassen zijn terug van weggeweest: verrijking door de elite, de financiële positie van de middenklasse stagneert en de groter wordende lagere inkomensgroepen profiteren soms op korte termijn van populistisch beleid.

Consumenten

Consumenten richten zich op prijs en kwaliteit. Net als voor producenten en de staat heeft ook voor consumenten duurzaamheid geen prioriteit. De korte termijn en het directe eigenbelang zijn leidend. De meerprijs voor duurzaamheid kan meestal ook niet worden betaald door consumenten. Consumenten geven privacy alleen op uit eigenbelang op de korte termijn, niet voor het gemeenschappelijk belang. Er is een argwanende houding ten opzichte van technologie uit angst voor de overheid die zich toegang kan verschaffen tot gebruikersdata.

Bedrijfsleven

Bedrijven richten zich meer op de korte termijn en het behoud van de gevestigde positie. Een duurzame koers kan bedrijven schaden. Het gaat ondernemers om efficiëntie, lage kosten en exploitatie op basis van lage voorraden plus kapitaalbuffers en leveringen just in time. Er is minder aandacht voor stabiliteit en risico’s op lange termijn, andere belanghebbenden en onbedoelde bijeffecten. Risico’s worden afgedekt met verzekeringen of bescherming door de overheid. De overheid verstrekt exportkredieten om de concurrentiepositie van bedrijven te versterken.

De beschikbare middelen staan vooral ten dienste van economische groei en veiligheid.

Overheid

Gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen zijn publieke diensten, maar het mag niet teveel kosten. Dus kunnen burgers daar minder op rekenen. De kwaliteit van publieke diensten gaat omlaag, mede omdat de burgers niet bereid zijn voldoende belasting te betalen. De beschikbare middelen staan vooral ten dienste van economische groei en veiligheid. De overheid kan vanuit het oogpunt van de veiligheid gegevens van burgers en bedrijven vorderen, wat hen argwanend maakt.

De overheid krijgt daardoor een meer repressief karakter, waarbij door de politieke elite de macht wordt geconsolideerd in plaats van consensus te zoeken. De rol van de overheid in de samenleving groeit, maar dit staat met name in het teken van discipline, toezicht en strenge handhaving. Dit komt doordat burgers zich richten op eigenbelang en hun medeburgers snel als tegenstander of risico zien, waardoor er minder kans is op consensus. Publieke omroepen worden de spreekbuis van de overheid.

Internationaal

Globalisering neemt af door toenemend protectionisme, waardoor handel meer regionaal is, productieketens minder efficiënt zijn en de economische groei lager ligt. Concurrentie vindt plaats tussen staten en regio’s. De bescherming van essentiële sectoren, grondstoffen en nationale kampioenen is relatief groot. Bij internationale instituten en regelgeving geldt het recht van de sterkste. Multilaterale samenwerking staat onder druk en wat toch geregeld moet worden, gaat via bilaterale afspraken.

De nadruk op eigenbelang is geen goede voedingsbodem voor het bereiken van consensus en akkoorden. Toenemend populisme en nationalisme zet het functioneren van de EU onder druk, waardoor de verschillen tussen de lidstaten groter worden en afzetmarkten verarmen. De grenzen zijn gesloten voor zowel mensen als kapitaal. Er wordt een restrictief migratiebeleid gevoerd – zowel ten aanzien van arbeidsmigranten als vluchtelingen. Daardoor neemt de bevolkingsgroei af.

Scenario 4 – De beschermende staat


Nationale economie

Markten waarbij nationale belangen en EU-belangen spelen, zijn gereguleerd en de marktwerking van publieke diensten is teruggedraaid. Ongelijkheid wordt beperkt door een progressief belastingstelsel, goede sociale voorzieningen, hoge overheidsuitgaven aan onderwijs, investeringen in gezondheidszorg en scholingsprogramma’s voor werknemers. Omdat brede lagen van de bevolking profiteren van deze inrichting van de economie, is er weinig sociale onrust en zijn economie en maatschappij stabiel op de lange termijn.

Consumenten

De consumenten zijn – net als producenten en overheid – gericht op duurzaamheid, stabiliteit en veiligheid en wordt hierin via belastingprikkels en subsidies sterk door de overheid gestuurd. De consumenten kopen bewust en hebben een voorkeur voor lokale, regionale en duurzame producten, hebben oog voor sociale omstandigheden in lagelonenlanden en zijn door welvaartsdeling in staat om daarvoor een hogere prijs te betalen. Consumenten vertrouwen de staat hun persoonlijke gegevens toe.

Bedrijfsleven

Bedrijven en investeerders richten zich op de lange termijn en nemen ketenverantwoordelijkheid, mede omdat de overheid hier sterk op stuurt met belastingprikkels en subsidies. Er is meer aandacht voor risicospreiding en voor hogere kapitaalbuffers. Dit alles wordt tevens afgedwongen door regulering. Innovatie staat niet ten dienste van winstgevendheid, maar van het algemeen belang. Er zijn minder nieuwe innovatieve bedrijven, grote gevestigde namen domineren. Dit wordt mede gestimuleerd doordat de overheid met subsidies vooral inzet op de ontwikkeling van bewezen technologieën bij gevestigde bedrijven.

Niet-duurzame geïmporteerde producten van buiten de Europese Unie worden geweerd.

Overheid

De overheid nationaliseert, investeert en reguleert cruciale sectoren uit het oogpunt van stabiliteit en het in stand houden van een hoog voorzieningenniveau, al gebeurt dat wel in afstemming met de EU. Producenten en consumenten zien de rol van de overheid als onmisbaar. De grote overheid en de bijbehorende overheidsuitgaven worden gefinancierd via hogere inkomsten- en winstbelasting en een sterk progressief belastingsysteem.

Instituten en regels zijn op elk vlak bepalend. Duurzaamheid is belangrijk en wordt afgedwongen door de overheid: niet-duurzame geïmporteerde producten van buiten de EU worden geweerd, het gebruik van fossiele brandstoffen wordt gefaseerd afgebouwd. De overheid stuurt op gezondheid, onder meer via een vet-taks en hoge accijnzen op tabak en alcohol. Het gebruik van data door de overheid en het bedrijfsleven is sterk gereguleerd en moet doelen op de lange termijn ondersteunen.

Internationaal

Het betreft hier in beginsel een mondiale economie. Handel en uitwisseling worden niet als iets verkeerds gezien, vervuiling of scheve bezitsverhoudingen echter wel. Dus wordt de handel – door staatsinterventie in de economie en op duurzaamheid gerichte consumentenvoorkeuren – toch meer regionaal. De rol en macht van de EU groeit, ter bescherming van de eigen economie en als hoeder van de lange termijn.

De EU investeert in groene infrastructuur, zoals een netwerk van snelle internationale treinen. De uitgaven aan ontwikkelingshulp en internationale instellingen groeien. De grenzen zijn open voor mensen, maar niet voor kapitaal. Arbeidsmigranten en vluchtelingen zijn welkom en in hen wordt geïnvesteerd. Voor multinationals is het echter relatief moeilijk om internationaal te investeren of om belastingroutes op te zetten.

Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie