Naar inhoud

Generatie Alpha en de opkomst van innovatieve technologieën

Wat krijg je als je 30 betrokken en enthousiaste mensen laat praten over jonge kinderen en technologie? Een inspirerende discussie, een forse scheut gedeelde zorgen en het groeiende bewustzijn dat, voor ons allemaal, de wereld snel verandert. Er is reden tot optimisme, maar ook voor blijvende aandacht, zowel voor onszelf – de ouderen die nog veel te leren hebben – als voor de jongeren die onze hulp echt nodig hebben om deze nieuwe ontwikkelingen een plek te geven.

Generatie Alpha

Recent publiceerden de PR- en communicatiebureaus Yellow Communications en Hotwire ‘Understanding Generation Alpha – Wat de ouders zeggen’, het tweede onderzoeksrapport over de generatie Alpha. Het onderzoek naar de invloed van technologie op deze nieuwe generatie die na 2010 geboren is, richt zich met name op de vraag hoe ouders moeten omgaan met kinderen die in veel opzichten mijlenver voorlopen. Opgegroeid met alomtegenwoordige technologie ontwikkelen deze kinderen spelenderwijs nieuwe vaardigheden waar ouders soms met gefronste wenkbrauwen naar kijken.

Enerzijds is het prachtig te zien hoe kleuters met speels gemak apparaten en toepassingen bedienen waar wij volwassenen eerst een forse leercurve voor moeten trotseren. Anderzijds is dat ook verontrustend: de kloof lijkt soms zo groot dat we ons afvragen of we nog wel in staat zijn deze kinderen bij te benen. Nu al laat meer dan de helft van de ouders – 57 procent in Nederland maar al 81 procent in de Verenigde Staten van Amerika – zich bij met name technologische aankopen beïnvloeden door hun kinderen. 23 procent vraagt ze zelfs direct om aankoopadvies.

Tijdens een kennisevent over generatie Alpha in Hoofddorp op 1 november 2018 is een divers gezelschap van belanghebbenden bijeen – van marketingspecialisten en leraren tot ouders en communicatieadviseurs – om gezamenlijk te bespreken hoe we deze ontwikkeling het best tegemoet kunnen treden. “Generatie Alpha krijgt ongekend veel nieuwe mogelijkheden aangeboden”, vertelt Karin van Geelen, oprichter en chief executive officer van Yellow Communications. “Als gevolg daarvan is de aandachtsspanne notoir kort en zijn de eisen hoog. Generatie Alpha verwacht individueel en persoonlijk aangesproken te worden en laat zich niet meer zomaar vertellen wat ze moeten doen. De enige manier om ze te bereiken is door te investeren in een relatie.”

Karin van Geelen

De telefoon als fopspeen

Tijdens een levendige paneldiscussie – met veel inbreng vanuit het publiek – wordt snel duidelijk dat volwassenen zich vooral zorgen maken over de invloeden van nieuwe technologie op de sociale vaardigheden van jonge kinderen. En met enig recht, meent Freek Zwanenburg, mediapedagoog bij Bureau Jeugd en Media: “De GGZ vreest bijvoorbeeld dat de hechting van kinderen in gevaar komt.” Voor veilige hechting is oogcontact uitermate belangrijk. Door het groeiende gebruik van mobiele schermen door zowel ouderen als jonge en zeer jonge kinderen loopt dat oogcontact sterk terug.

Irna Verburg, leraar en ICT-coördinator van de christelijke basisschool De Brandaris in Hoofddorp, merkt ook dat kinderen zich steeds minder bewust zijn van gelaatsuitdrukkingen: “Ze herkennen die van anderen minder goed, maar zijn zich ook minder bewust van wat ze zelf uitstralen.” Ze constateert bovendien dat de woordenschat terugloopt, doordat kinderen minder gesprekken voeren: “Het Nederlands holt achteruit. We merken dat kinderen het steeds moeilijker vinden om hoofd- en bijzaken te onderscheiden en bijvoorbeeld steeds minder bekend zijn met spreekwoorden en gezegden.” Misschien dat daar andere vormen van communicatie voor in de plaats komen – zoals het gebruik van emojis of GIF’s. De gulden regel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet!’ is echter ook voor kinderen van nu nog even belangrijk. “Een kleine woordenschat zorgt ervoor dat ruzies minder goed worden uitgepraat”, meent Irna Verburg.

De eerste reactie op de vraag of smartphones op scholen verboden moeten worden, is dan ook een vol mondig ‘Ja’ – zowel vanuit het panel als de zaal. Toch blijkt enige nuance wel op zijn plaats. De uitdaging ligt namelijk niet uitsluitend bij de kinderen, maar ook bij de ouders. Van kinderen die een scherm krijgen toegeschoven om ze rustig te houden, tot ouders die achter de kinderwagen, in de auto, op de fiets of aan de eettafel naar hun telefoons blijven staren: volwassenen gaan niet vrijuit.

In feite moet de hele maatschappij leren omgaan met nieuwe technologie – dus is het dan verstandig deze uit de scholen te verbannen? Nee, denkt Freek Zwanenburg: “Verbieden is sowieso niet verstandig. Maar we moeten wel duidelijk aangeven wanneer technologiegebruik wel en niet gepast is.” Scholen kunnen bijvoorbeeld, in plaats van de toestellen te verbieden, een telefoontas in de klas hangen waar de toestellen in worden opgeborgen zolang ze niet nodig zijn voor de les.

De mythe van het zelflerende kind

John Meulemans, managing director van influencer-marketingbureau 3sixtyfive, bevestigt dat er nog veel onbekend terrein is, voor iedereen: “Er is geen sociaal, cultureel of juridisch precedent voor deze ontwikkelingen.” Dat betekent dat we allemaal onze ogen goed open moeten houden. John Meulemans wijst op de vele burn-outs onder soms opvallend jonge social media influencers: “De sociale druk is hoog. We hebben onlangs met dj’s als Avicii en Hardwell gezien waar grote faam toe kan leiden. Daar moeten we kinderen toch tegen proberen te beschermen.” Het panel denkt dat een beperking van werktijden, zoals dat nu voor kinderen in de entertainmentindustrie ook al het geval is, voor deze influencers waarschijnlijk een goed idee is. Ook al vinden de kinderen het zelf vaak echt leuk om te doen.

Van links naar rechts: Irna Verburg, Elsbeth Teeling, John Meulemans en Freek Zwanenburg

Volgens Freek Zwanenburg moeten we af van het idee dat kinderen, die zogenaamd goed zijn met nieuwe technologie, een soort superwezens zijn: “Wat we zien is een culturele evolutie, maar dat wil niet zeggen dat er ook een biologische verandering is. De hersenen van kinderen zijn niet ineens anders gaan werken.” Volgens hem zijn we geneigd veel te projecteren: “Je lijkt out of touch als je ziet hoe handig ze zijn met Snapchat, maar je hebt ze wel degelijk veel te leren.”

Verbieden is niet verstandig. Maar we moeten wel duidelijk aangeven wanneer technologiegebruik wel en niet gepast is.

Kinderen kunnen bijvoorbeeld uitstekend swipen, maar het gebruik van een muis is tegenwoordig al niet meer vanzelfsprekend. De groep die écht voorop loopt is relatief klein, stelt Freek Zwanenburg en hij noemt een voorbeeld dat alle aanwezigen herkennen: “Zoekvaardigheden, ook op het internet, komen bijvoorbeeld niet vanzelf – die moeten we ze echt aanleren.” Irna Verburg voegt daar aan toe dat jonge kinderen ook nog veel te veel geneigd zijn alles wat ze online vinden voor waar aan te nemen. Freek Zwanenburg: “Tot 10 jaar is het voor kinderen nog heel moeilijk om het onderscheid tussen echt en virtueel te maken.” Op die leeftijd moet je dus nog echt oppassen met bijvoorbeeld virtual reality, denkt John Meulemans.

De potkachel

Toch is wellicht het grootste gevaar te doen alsof de opkomst van technologie negatief is. “Dat doen we bij iedere nieuwe ontwikkeling”, zegt Adrie van Duijne van het adviesbureau Barbapapafabriek. “Toen de potkachel verdrongen werd door de centrale verwarming waren er ook al mensen die beweerden dat dat het einde van onze sociale vaardigheden zou betekenen.” Elsbeth Teeling, zelf influencer met ‘De Club van Relaxte Moeders’ en moeder van een influencer, ziet ook vooral veel positieve ontwikkelingen. “Hun Nederlands gaat misschien achteruit, maar hun Engels is al heel vroeg veel beter.”

Irna Verburg constateert dat kinderen door IT juist heel sociaal worden: “Maar wel ánders sociaal.” Elsbeth Teeling denkt dat het negatieve beeld van die veranderende sociale vaardigheden vooral ontstaat door de angstverhalen over gameverslaving in de media: “Gameverslaving is echt iets anders. Ik zie juist dat de vele variatie in online contacten mijn kinderen veel socialer maakt.”

Ook John Meulemans denkt dat de zogenaamde kluizenaars die zich opsluiten achter hun scherm op hun verduisterde zolderkamer echt uitzonderingen zijn: “Kinderen maken tegenwoordig heel gemakkelijk veel meer en meer diverse contacten.” Beweren dat die per definitie minder echt zouden zijn, gaat er bij Elsbeth Teeling en John Meulemans niet in. Wel vindt Elsbeth Teeling dat het verstandig is om kinderen daar van jongs af aan bij te begeleiden: “Voordat ze gaan puberen, staan ze je dat nog toe. Daarna niet meer.”

Dat kan bijvoorbeeld door met ze mee te kijken op social media. Oudere kinderen hebben wel de neiging hun ouders online te vermijden, denkt John Meulemans. Maar er is volgens hem ook een andere reden waarom kinderen nu Facebook verlaten en massaal overstappen naar bijvoorbeeld Snapchat: “Met leeftijd komt tunnelvisie. Kinderen houden nog van ontdekken – ouders niet meer. Daarom is Snapchat voor kinderen ook veel toegankelijker dan voor ouderen: de leercurve is te stijl.”

De verbinding

Toch vindt ook John Meulemans het verstandig dat ouders hun best blijven doen de technologische verandering van de samenleving samen met hun kinderen mee te maken: “Kinderen zijn weliswaar handiger, maar ze weten niet meer. Ze zijn nieuwsgieriger, ze zoeken meer en ze denken in beelden. Maar ze klikken bijvoorbeeld ook overal op. En dat kan heel gevaarlijk zijn.” Om die reden vindt hij bijvoorbeeld Netflix voor kinderen veel geschikter dan YouTube, waar iedereen in 3 klikken bij de meeste gruwelijke of perverse beelden kan belanden, die zeker jonge kinderen niet altijd kunnen relativeren.

“De technologie gaat sneller dan de cultuur kan bijhouden”, zegt John Meulemans. Zowel kinderen als ouderen hebben nog veel te leren, maar hebben elkaar daarbij nog hard nodig. Ouders doen er goed aan zich te realiseren dat kinderen zich gemakkelijker laten uitdagen – en minder makkelijk uit het veld laten slaan – door nieuwe technologie. In de basis zijn het echter nog steeds dezelfde jonge mensen die behoefte hebben aan duiding en begeleiding.

“Blijf in gesprek”, raadt ook Freek Zwanenburg aan. Een reëel gevolg van het gebruik van social media is volgens hem wel dat het kinderen een uitweg biedt om ongemakkelijke gesprekken te vermijden. Zorgen dat je verbinding houdt – echte verbinding, met oogcontact en fysiek contact – is uitermate belangrijk. Ondanks het enthousiasme waarmee kinderen nieuwe technologie omarmen, blijven ze hun ouders nodig hebben om duiding en richting te geven. Voor ouders die zich nu nog afvragen wat ze in vredesnaam met een Alexa of Google Home moeten doen, is dat allicht een hele geruststelling.

Foto’s: Nikita Collens

Volkert Deen is contentmanager bij PR- en communicatiebureau Yellow Communications.

Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie