Naar inhoud

Technologie en het coronavirus: van grid management naar app

In China wonen de meeste mensen in een zogenaamde xiao qu – uitspraak: sjouw tjuu. Dit is een woongemeenschap bestaande uit meerdere appartementencomplexen met duizenden bewoners en gewoonlijk afgeschermd door een muur of hek. Afhankelijk van de omvang van een xiao qu – letterlijk: klein district – heeft deze een of meerdere poorten. Bij elke poort is meestal een bao an – een bewaker – aanwezig.

De bao an zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofd bezoek binnenkomt, hoewel je hem of haar tijdens rustige tijden regelmatig slapend in de controlepost kunt aantreffen. In sommige gevallen werkt een xiao qu ook met toegangspasjes of gezichtsherkenning. Inmiddels kennen we allemaal wel de verhalen over de lockdown in China en inwoners die weken of maanden opgesloten zaten in hun eigen huis. Maar hoe werkte dat in de praktijk? En welke technologie – laagwaardig en hoogwaardig – kwam daarbij aan te pas?

Grid management

Een groot deel van het overheidstoezicht vindt plaats via het zogeheten grid management – 网格化管理, wanggehua guanli. Daarbij zijn steden opgedeeld in een raster en zijn ambtenaren en vrijwilligers verantwoordelijk voor het toezicht in een of meerdere vakjes in zo’n raster. Dit gebeurt deels met technologie als cameratoezicht, maar ook met ouderwetse surveillance door die vrijwilligers die een oogje in het zeil houden en ongeregeldheden rapporteren en burgers wijzen op hun plichten.

Grid management lijkt daarmee op een moderne variant van het stedelijk huishoudmanagementsysteem dat gebruikt werd onder Mao Zedong, maar gaat in werkelijkheid zelfs terug tot een vorm van gemeenschapsmanagement uit de Song-dynastie van 960 tot 1279. In dat baojia-systeem – 保甲制 – waren gemeenschappen onderverdeeld in tien bao van elk tien jia die weer bestonden uit tien families. Elke bao en elke jia hadden een leider die rapporteerde aan de superieur over zijn unit.

De ingang van de xiao qu in Xi’an waar ik enkele jaren heb gewoond

De vrijwilligers in het hedendaagse grid management in China, veelal dames van middelbare leeftijd die herkenbaar zijn aan een rode band om hun bovenarm, zijn over het algemeen niet erg hoogopgeleid, vaak al gepensioneerd en krijgen een kleine vergoeding voor hun werk van 40 tot 65 euro per maand. Iedereen die in een stad als Beijing weleens tijdens het spitsuur een drukke meerbaansweg is overgestoken, kent ze ongetwijfeld.

Zij zijn de klaar-overs die ingezet worden om het verkeer in goede banen te leiden. Je weet dan misschien ook hoe venijnig ze kunnen uitvallen tegen voetgangers die het niet zo nauw nemen met de verkeerslichten, bestuurders van elektrische fietsen of weggebruikers die niet netjes staan opgesteld. Ook de politiehokjes die je in de grote steden op de straathoeken aantreft, zijn onderdeel van het grid management.

Om je een idee te geven, in 2004 verdeelde het Dongcheng District in Beijing – naar het voorbeeld van Westminster in Londen – zijn 25 vierkante kilometers en 205 xiao qu in een raster van 1.652 vakjes van elk 100 bij 100 meter. De cellen werden gegroepeerd tot 589 cellen voor sociaal management. Daaraan werden functionarissen als politieagenten, toezichthouders, partijsecretarissen, juridisch medewerkers, brandweermannen en stadwachten – chengguan – toegewezen, die vervolgens 120.000 vrijwilligers wierven. En dat was slechts één district…

In de zuidelijke stad Guangzhou maakte het bestuur enkele jaren geleden bekend 12.000 grid administrators te willen werven, die allemaal toezicht houden op 200 families. Volgens de burgemeester van Guangzhou kent een grid administrator binnen een half jaar elk familielid. Cellen in het raster worden daarnaast ook uitgerust met snelle computers, databases, camera’s en andere technologie voor de administratie en het toezicht. Grid management op het platteland, waar de technologiestandaard laag is, maakt daarentegen meer gebruik van informanten als taxichauffeurs en schoonmakers.

Een grid management control center in het Minhang District in Shanghai, bron: People’s Daily online

Na de eerste pilot in Beijing’s Dongcheng District volgden meer districten in Beijing, Shanghai en andere steden het voorbeeld. Urumqi en Chongqing waren daarbij als uitschieters – Urumqi vanwege de etnische rellen in 2009 en de Chongqing vanwege de campagne tegen lokale criminaliteit van Bo Xilai en Wang Lijun. In 2015 gaf de centrale overheid uiteindelijk groen licht voor het landelijk uitrollen van grid management, nadat was gebleken dat daarmee het aantal problemen en klachten in de districten waar het werd toegepast drastisch was teruggebracht.

Lockdown onder grid management

In eerste instantie werd het toezicht op de quarantaineregels tijdens de coronacrisis vooral gehouden door de medewerkers van dit grid management. Ze verzamelden handmatig informatie over de besmettingsrisico’s van de burgers binnen hun gebied, namen hun lichaamstemperatuur op en deelden toegangspasjes uit waarmee de bewoners de woongemeenschap konden betreden en verlaten.

Sixth Tone beschrijft hoe het grid management daarbij vaak veel irrelevante data, zoals burgerlijke staat, lengte en bloedgroep verzamelde. Namen en identificatienummers van bewoners werden soms op lijsten genoteerd als zij een woongemeenschap betraden en er waren zelfs xiao qu die bewoners verplicht elke dag hun lichaamstemperatuur lieten doorgeven aan het management of hun gezondheidsstatus zelfs lieten delen in chatgroeps.

Ook maakte het grid management vaak z’n eigen regels en weigerde het bijvoorbeeld toegang aan mensen die oorspronkelijk afkomstig waren uit Wuhan, ongeacht of ze die stad recentelijk nog bezocht hadden. Sixth Tone beschrijft enkele schrijnende gevallen van discriminatie van inwoners van Wuhan en hoe er zelfs lijsten met hun namen en contactgegevens circuleerden op social media.

Veel xiao qu en kantoorpanden begonnen de toegang te reguleren door de uitgifte van papieren of geplastificeerde pasjeschu ru zheng. De geldigheid van die pasjes was echter beperkt en deze moesten dus regelmatig vervangen worden, wat tot een hele schaduwadministratie van persoonsgegevens leidde. De aanwezigheid van het grid management had tijdens de crisis echter ook zo z’n voordelen. De vrijwilligers deden boodschappen voor de bewoners in quarantaine en zorgden soms ook voor wat broodnodig vertier in de vorm van online karaoke en fitnesswedstrijden.

Om aan te kunnen tonen waar burgers de voorgaande weken geweest waren, werden al snel telecomdata ingezet. De drie grote telecombedrijven van China – China Mobile, China Unicom en China Telecom – ontwikkelden allemaal platforms voor big data om de overheid te helpen bij het traceren van het virus. Uiteindelijk kwamen die ondernemingen met een service waarmee iemand zijn reishistorie kon opvragen en zo kon bewijzen niet in een risicogebied geweest te zijn. Maar het grid management kon deze informatie nog steeds negeren en z’n eigen regels maken. De Health Code die kort daarna geïntroduceerd werd, maakte grotendeels een einde aan de dataverzameling en de arbitraire besluitvorming door het grid management.

Een bao an en grid managers in een xiao qu in Hangzhou

Smart communities

Als burgers – al dan niet door de Health Code – thuisquarantaine krijgen opgelegd, hoe zorgt het grid management er dan voor dat die mensen zich ook aan de opgelegde beperkingen houden? Dat gebeurt bovenal met het toezicht door de vrijwilligers, maar hierbij wordt ook technologie ingezet. Een woongemeenschap in Beijing maakt daarvoor gebruik van door Xiaomi geleverde slimme camera’s, die medewerkers van de xiao qu een notificatie en een video-opname sturen als er iemand aanbelt of de deur opent.

Een andere woongemeenschap beweert dergelijke camera’s vooral in te zetten om bewoners in quarantaine in staat te stellen contact op te nemen met de medewerkers voor het afleveren van boodschappen of het ophalen van afval. Werken telefoons dan niet? In een aantal steden worden ook elektronische sensoren van de telecombedrijven China Telecom en China Mobile ingezet, die een bericht naar de politie sturen als de bewoners hun huis verlaten. In de meest extreme gevallen worden er zelfs camera’s binnen de appartementen zelf geplaatst.

Hoewel sommige steden wetten voor het gebruik van surveillancecamera’s hebben ingevoerd, is er op nationaal niveau nog geen besluit genomen over een wetsvoorstel uit 2016. Daardoor bestaat er geen nationale regelgeving. Qua wetgeving vallen camera’s die zich buiten de deur van bewoners bevinden in een grijs gebied. Deze apparaten worden weliswaar geplaatst in een openbare ruimte, maar registreren wel gedrag als het komen en gaan van bewoners. Dat is momenteel echter juist de bedoeling en gezien de noodsituatie van de epidemie dus geoorloofd.

Los van de coronacrisis wordt het in China steeds gemakkelijker om ongewenste personen buiten een xiao qu te houden. Als onderdeel van een overheidscampagne om smart communities te creëren, hebben sommige woongemeenschappen in Shanghai al voor de coronacrisis gezichtsherkenningssystemen aan de poorten geïnstalleerd. In januari 2020 waren er al 9.000 van dergelijke smart communities en het streven is om tegen het einde van dit jaar een derde van de woongemeenschappen te hebben uitgerust met deze technologie.

Gezichtsherkenning is onderdeel van de bredere smart city-strategie van de overheid en ruim 500 steden hebben aangegeven een smart city te willen worden. De lokale bevolking staat over het algemeen positief tegenover dergelijke technologie, omdat het de criminaliteit vermindert, het openbaar vervoer efficiënter maakt en op vele vlakken zorgt voor extra gemak. Experts waarschuwen echter voor de gevaren van de opslag van biometrische gegevens, die veel gevoeliger zijn dan andere persoonlijke gegevens. Als deze data namelijk gelekt of gehackt worden, kan de schade enorm zijn – zeker nu steeds meer beveiligde functionaliteiten in China werken met biometrische identificatie als gezichtsherkenning.

Uit een recent onderzoek blijkt dat 80 procent van de Chinezen zich wel zorgen maakt over het lekken van biometrische data. Dat die angst niet ongegrond is, blijkt wel weer uit een recent nieuwsbericht. Daarin staat dat identiteitsdata van gezichten met mondkapjes zijn gelekt en online worden verkocht voor ongeveer een cent per foto. De bronnen voor die data variëren van scraping van data van openbare websites en social media – hetgeen in het westen overigens ook gedaan wordt door bedrijven als Clearview – tot beveiligingscamera’s van xiao qu en kantoorpanden.

Ondanks dergelijke gevaren blijkt uit het onderzoek ook dat inwoners van China erg te spreken zijn over het gemak dat de technologie heeft gebracht. Vooral jongvolwassenen zijn erg positief. Die positieve attitude geldt voor 70 procent van de Chinezen in de leeftijdscategorie 26 tot 35 jaar. Met de stimulans vanuit de overheid en de acceptatie door de burgers is het dus onwaarschijnlijk dat er een weg terug is.

Dit is het achtste deel van een reeks artikelen over de Chinese strijd tegen het coronavirus. Dit zijn de eerdere artikelen:

Ed Sander heeft als marketingconsultant twee jaar (2011-2013) vrijwilligerswerk gedaan voor goede doelen in Xi’an, China. Naast zijn reguliere werk als CRM-specialist geeft hij lezingen, colleges en workshops voor ChinaTalk en schrijft hij artikelen over onder andere social media, e-commerce, consumentengedrag en innovatie in China. Bezoek de website ChinaTalk voor zijn gratis e-books en video’s van lezingen en colleges van deze bijzonder gewaardeerde China-expert.

Tip: Presentaties over de actuele ontwikkelingen in China

  • Ed Sander en Jessica Sun verzorgen vanuit ChinaTalk op uiteenlopende niveaus presentaties over de actuele ontwikkelingen in China.
  • In de prestaties behandelen zij de cultuur, het consumentengedrag, het toerisme, de e-commerce & retail, de social media en de digitale innovaties in China.
Lees meer over deze presentaties ►
Bron: CustomerTalk
0

Reacties

Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie