Naar inhoud

Geen grip burgemeesters op de openbare orde op social media

Als op straat ordeverstoringen plaatsvinden, kunnen burgemeesters maatregelen treffen om de veiligheid en orde te herstellen. De burgervaders en burgermoeders hebben echter niet zomaar bevoegdheden om ook online in te grijpen. Dat kan leiden tot moeilijkheden bij de handhaving van de openbare orde, omdat de aanleiding voor verstoringen van de maatschappelijk rust en veiligheid steeds vaker uitingen op internet zijn.

Of het nu gaat om de aanpak van treitervloggers, oproepen tot massale feestjes binnen gemeenten of online drugswinkels, de gemeentebestuurders hebben geen daarop toegesneden bevoegdheden. En dat terwijl dit type problemen juist via het internet razendsnel kan escaleren en preventief ingrijpen op die plek van grote meerwaarde zou kunnen zijn. Dat zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek van de NHL Stenden Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen, onder leiding van Willem Bantema en Solke Munneke.

Burgemeesters in cyberspace

De studie is uitgevoerd in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. De onderzoeksbevindingen zijn gebundeld in het rapport ‘Burgemeesters in cyberspace’. In het onderzoeksrapport worden verschillende toekomstscenario’s aangedragen voor de oplossing van dit probleem. De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op een juridische bronnenanalyse van openbare ordebevoegdheden van burgemeesters en op interviews met 33 experts, 14 burgemeesters en een focusgroep met experts.

De openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een online en offline deel. In de hedendaagse realiteit zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.

Bevoegdheden op het internet

Bij de toepassing van offline bevoegdheden op online vraagstukken wordt op een drietal knelpunten gestuit. Ten eerste houden digitale dreigingen zich niet aan de fysieke gemeentegrenzen. Een burgemeester mag echter met zijn bevoegdheden van oudsher alleen binnen zijn eigen gemeente optreden. Wanneer iemand uit een andere gemeente oproept tot een massale samenkomst, is de burgemeester van de ontvangende gemeente niet bevoegd om dat te voorkomen.

Ten tweede betekent ingrijpen al snel een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. Preventief ingrijpen via het internet betekent in veel gevallen het aanpassen of verwijderen van berichten van mensen, terwijl de burgemeester daartoe niet bevoegd is. Ten derde is het bij dreigende berichtgeving via het internet lastig om in te schatten wat de gevolgen op straat kunnen zijn. Dat maakt de verantwoording bij een eventueel ingrijpen lastig.

Meningen over de rol van burgemeesters

Het onderzoek laat zien dat burgemeesters en experts binnen het openbaar bestuur wisselend denken over mogelijkheden en wenselijkheid van het online toepassen van de huidige bevoegdheden. Sommigen willen geen bevoegdheden op het internet, omdat ze vinden dat burgemeesters zich verre van uitingen van burgers moeten houden en optreden door het Openbaar Ministerie via het strafrecht meer voor hand ligt. Anderen geven aan dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de openbare orde binnen hun gemeente en dat online dreigingen binnen hun gemeente daar ook onder vallen.

De bereidheid bestaat te proberen de huidige bevoegdheden in te zetten om vast te stellen waar de grenzen liggen, in casu jurisprudentie creëren. Er zijn ook burgemeesters die de voorkeur geven aan verandering van wetgeving, waardoor ook online ingrijpen door hen mogelijk wordt gemaakt. Tot slot pleiten sommigen voor de oprichting van een landelijke autoriteit die beter online kan handhaven.

Oplossingen zonder juridische instrumenten

Burgemeesters lossen nu veel openbare-ordevraagstukken op zonder de inzet van formele bevoegdheden, bijvoorbeeld door met mensen in gesprek te gaan of door samenwerking te zoeken met andere burgemeesters en het Openbaar Ministerie. Dit kan een reden zijn om geen extra bevoegdheden te wensen. Daarnaast worden in het onderzoek door de geïnterviewden andere mogelijke oplossingen geopperd. Bijvoorbeeld het indienen van verzoeken aan social media tot het verwijderen van berichten of het maken van een tegenvlog als zaken gebeuren die als onwenselijk worden bestempeld.

Stappen naar handhaving van het internet

Gezien de vergaande en toenemende digitalisering van de samenleving en de verwevenheid van de online en offline wereld pleiten de onderzoekers voor het bewuster omgaan met vraagstukken van online ordehandhaving. Oplossingen dienen meer toekomstbestendig te zijn. Veel kan al worden gewonnen met de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen burgemeesters en het Openbaar Ministerie. Het onderzoek van Bantema en Munneke heeft daar al aan bijgedragen.

Uiteindelijk spelen er echter fundamentele vragen waarop de wetgever een antwoord moet geven. Dat is onder meer de vraag in hoeverre ingrijpen in de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd is in het kader van de handhaving van de openbare orde. En of het de burgemeester moet zijn die de handhaving in een concreet geval ter hand neemt.

Het onderhavige onderzoeksrapport kun je downloaden op de website van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie