Naar inhoud

Geen sterke groei psychische klanten door COVID-19-uitbraak

Het percentage volwassenen in Nederland met milde tot ernstige angst- en depressiesymptomen is tijdens de uitbraak van het coronavirus in maart 2020 even hoog – 17 procent – geweest als in november 2019, vier maanden vóór de uitbraak van de COVID-19-pandemie. Dat geldt ook voor het percentage mensen met weinig of geen emotionele sociale steun vanuit de eigen omgeving. Echter, specifieke groepen zoals werkzoekenden en studenten hebben – anders dan in 2019 – vaker ernstige symptomen van angst en depressiviteit gehad dan werkenden. Eenzelfde patroon heeft zich voorgedaan bij mensen met hartproblemen.

Dit blijkt uit een nieuw bevolkingsonderzoek in Nederland, dat is uitgevoerd door CentERdata, Fonds Slachtofferhulp, NIVEL en Tilburg University. De bevindingen van het onderzoek zijn door de onderzoekers Peter van der Velden, Carlo Contino, Marcel Das, Peter van Loon en Mark Bosmans vastgelegd in het artikel ‘Anxiety and depression symptoms, and lack of emotional support among the general population before and during the COVID-19 pandemic – A prospective national study on prevalence and risk factors’ in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Affective Disorders. De publicatie is gebaseerd op een groot longitudinaal onderzoek onder circa 4.000 willekeurige Nederlanders van 18 jaar en ouder, met metingen in november 2018, maart en november 2019 en maart 2020.

Psychische klachten in Nederland door COVID-19-uitbraak

Om seizoensinvloeden uit te sluiten, zijn de patronen in de periode van november 2018 tot en met maart 2019 vergeleken met de periode van november 2019 tot en met maart 2020. Mensen met symptomen van angst en depressiviteit en longproblemen in november 2019 kampen in maart 2020 vaker met die symptomen en problemen dan anderen. Echter, dit patroon is ook zichtbaar geweest in de periode van november 2018 tot en met maart 2019.

Dat heeft geheel anders gelegen voor werkzoekenden, studenten en degenen die voor het huishouden zorgen. Die hebben in maart 2020 significant vaker symptomen van angst en depressiviteit gehad dan werkenden: respectievelijk 33 procent, 30 procent en 20 procent, versus 14,5 procent. Dat is niet het geval geweest in maart 2019.

Toename klachten alleen bij specifieke bevolkingsgroepen

Ten opzichte van maart 2019 ervaren mensen in maart 2020 even veel of even weinig emotionele steun van anderen. Echter, mensen die voor het huishouden zorgen, hebben – anders dan in maart 2019 – vaker een gebrek aan emotionele steun ervaren dan werkenden: 26 procent versus 18 procent. Dat geldt ook voor mensen met hartproblemen en diabetes, want ook zij hebben in maart 2020 – anders dan in maart 2019 – iets vaker gekampt met een gebrek aan emotionele steun.

Ander beeld in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk

De resultaten wijken zeer sterk af van een soortgelijk onderzoek in de Verenigde Staten van Amerika. De kans dat mensen zouden voldoen aan de criteria voor een angst- of depressiviteitsstoornis in april en mei 2020 is in de VS meer dan verdrievoudigd ten opzichte van 2019. De resultaten wijken ook af van een soortgelijk onderzoek in het Verenigd Koninkrijk. Daar is het percentage mensen met psychische klachten toegenomen van 19 procent in 2018 en 2019 naar 27 procent in april 2020. De enorme verschillen ten opzichte van vooral de VS hebben mogelijk deels te maken met verschillen in het gevoerde beleid ten aanzien van de pandemie en verschillen in de stelsels voor sociale zekerheid en gezondheidszorg.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie