Naar inhoud

Geheime surveillance in het digitale tijdperk en privacy

De bevoegdheden die autoriteiten hebben om geheime surveillance uit te oefenen, zijn in het digitale tijdperk uitgebreider dan ooit. De bescherming van mensenrechten, zoals het recht op privacy, komt hierdoor in het gedrang. In haar inaugurele rede aan de Tilburg University op vrijdag 15 december 2017 analyseert Eleni Kosta, hoogleraar Technology Law and Human Rights aan het Tilburg Institute of Law, Technology and Society (TILT), het recht op privacy en de gerechtvaardigde beperkingen hierop zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in relatie tot geheim toezicht. Wat zijn de mogelijkheden binnen het bestaande kader om de uitdagingen het hoofd te bieden?

Gegevensverzameling in digitale tijden

In mei 2013 onthulde Edward Snowden dat de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten samenwerkten in het kader van surveillance programma's waarbij op ongekende schaal persoonsgegevens van individuen werden gebruikt. Pas toen zijn mensen zich gaan realiseren hoe verstrekkend de bevoegdheden voor geheim toezicht in werkelijkheid zijn, en hoe drastisch de aard, wijze en omvang van gegevensverzameling door geheime diensten en inlichtingendiensten in het digitale tijdperk is veranderd.

Schending recht op privacy

Een aantal burgerrechtenorganisaties heeft bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een klacht ingediend tegen de Britse regering wegens schending van het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting. Hoewel het Hof al eerder zaken betreffende geheim toezicht heeft behandeld, werpt de omvang en intensiteit van recente maatregelen tot het instellen van geheim toezicht een bijzonder licht op deze zaken.

Checks and balances

Ondanks het feit dat de surveillance programma's van staten op zichzelf geen inbreuk maken op het recht op privacy van burgers, dienen die te voldoen aan een stringent systeem van checks and balances. Wettigen de technologische ontwikkelingen, zoals algoritmisch toezicht, een fijnmaziger systeem van bestaande waarborgen, of moet het systeem van checks and balances volledig worden herzien? Dat is de centrale vraag waarop hoogleraar Eleni Kosta in haar inaugurele rede ingaat.

Algoritmen gericht op groepen

Grootschalige toezichtsmaatregelen zijn in toenemende mate gebaseerd op algoritmen die groepen mensen in kaart brengen aan de hand van uiteenlopende criteria, in plaats van individuen. De aard van grootschalige algoritmische surveillance werpt echter een aantal vragen op met betrekking tot de bescherming van groepen. Zal de nadruk blijven liggen op de bescherming van het individu, zoals van oudsher wordt gedaan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, of zullen er nieuwe benaderingen worden ontwikkeld voor de regulering van mensenrechten ter bescherming van groepen mensen?

Recht op vrijheid van meningsuiting

Als hoogleraar Technology Law and Human Rights stelt Eleni Kosta de essentiële behoefte aan verder onderzoek op dit gebied aan de orde. Zelf zal ze onder meer onderzoek doen naar het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op non-discriminatie en het recht op effectieve rechtsmiddelen, met als doel de ontwikkeling van een alomvattend kader van checks and balances voor de mensenrechten in het tijdperk van grootschalige surveillance.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie