Naar inhoud

Het gebruik van e-health-toepassingen blijft vaak nog achter

E-health-toepassingen zoals patiëntenplatformen of patiëntenportalen bieden de mogelijkheid om mensen met een chronische aandoening meer te betrekken in hun eigen zorg. Ze kunnen bijvoorbeeld hun eigen gegevens inzien en delen met hun zorgverleners, educatie krijgen over hun aandoening, werken aan hun persoonlijke gezondheidsdoelen, korte vragen stellen aan zorgverleners of contact leggen met lotgenoten.

Behalve dat deze platformen gebruikers kunnen helpen om laagdrempelig te communiceren met hun zorgverleners, kunnen zorgverleners op hun beurt de gezondheid van de patiënt beter in beeld krijgen als zij toegang hebben tot gegevens die de patiënt over zichzelf heeft verzameld. Eventuele gezondheidsklachten kunnen dan sneller worden opgemerkt en behandeld.

Maar ondanks de vele potentiële voordelen van ICT in de zorg, blijft het daadwerkelijke gebruik door zowel patiënten als zorgverleners vaak nog achter. Dat stelt Floor Sieverink, die onlangs is gepromoveerd aan de faculteit Behavioural, Management & Social Sciences van de Universiteit Twente met het proefschrift ‘Opening the Black Box of eHealth’.

Implementatieproces

Ondanks die potentiële voordelen blijft het daadwerkelijke gebruik van patiëntenplatformen vaak achter en is er nog maar weinig bewijs voor de effectiviteit van deze e-health-toepassingen, constateert Sieverink. Daardoor blijkt een grootschalige implementatie veelal lastig. In de meeste evaluaties worden de platformen gezien als opzichzelfstaande technologieën die vooral bedoeld zijn voor de patiënt.

“Vaak wordt er alleen een experimentele studie uitgevoerd die met name aangeeft of een toepassing de patiënt heeft geholpen. Maar de implementatie van een patiëntenplatform is een complex proces waarbij ook de zorgverleners en de bestaande zorgprocessen een belangrijke rol spelen.”, aldus Sieverink. “Dergelijke evaluaties verklaren niet hoe de technologie is ervaren door de gebruikers, hoe dit invloed heeft gehad op het daadwerkelijke gebruik, en dus waarom bepaalde effecten wel of niet werden gevonden. De toepassing blijft hierdoor een black box.”

Logdata

Om deze black box te kunnen openen, pleit Sieverink voor een ‘holistische evaluatiebenadering’; een die rekening houdt met de technologie, met de gebruikers én de context waarin de toepassing wordt geïmplementeerd. Ze concentreert zich in haar proefschrift op de procesevaluatie van de implementatie van platforms voor patiënten met diabetes mellitus type 2, chronisch hartfalen of COPD (e-Vita).

Hiervoor heeft ze een ‘mixed methods design’ toegepast: kwalitatieve en kwantitatieve data zijn door haar verzameld en afzonderlijk geanalyseerd en de resultaten hiervan zijn samengebracht. Zo zijn logdata benut om inzicht te krijgen in hoe e-Vita op de lange termijn werd gebruikt. Daarnaast zijn focusgroepen georganiseerd om inzicht te krijgen in hoe zorgverleners het platform in willen zetten in hun dagelijkse werkzaamheden. Verder zijn interviews met zorgverleners en usability-tests met potentiele eindgebruikers gebruikt om meer inzicht te krijgen in hoe patiënten en zorgverleners het implementatieproces en het gebruik van het platform hebben ervaren.

Ontwikkelcycli

De resultaten van het onderzoek laten zien dat de betrokken zorgverleners de potentie van patiëntenplatformen onderschrijven, maar dat training en ondersteuning noodzakelijk zijn om een platform ook daadwerkelijk in te kunnen zetten in de dagelijkse routine. Pas als deze toegevoegde waarde duidelijk is, kunnen zorgverleners patiënten ook daadwerkelijk motiveren om het platform te gaan gebruiken.

“Patiëntenplatformen implementeren zich dus niet vanzelf”, aldus de Twentse wetenschapper. Om dit proces te faciliteren, acht zij het van groot belang om alle eindgebruikers al vroeg in de e-health-ontwikkeling te betrekken. Hiermee kan toegevoegde waarde worden gecreëerd en de daadwerkelijke implementatie worden gefaciliteerd. Korte en iteratieve ontwikkelcycli zijn hierbij cruciaal om problemen al in een vroeg stadium van de ontwikkeling te signaleren en de kans op een succesvolle implementatie te vergroten.

Geavanceerde onderzoeksmethodes

Volgens Sieverink is de gebruikte ‘mixed methods’-benadering van grote toegevoegde waarde gebleken bij de evaluatie van de implementatie van een platform voor patiënten met diabetes, chronisch hartfalen, of COPD: “Op deze manier hebben we inzicht kunnen krijgen in het daadwerkelijke gebruik van het platform en verklaringen kunnen vinden voor het beperkte gebruik. Deze resultaten waren niet naar boven gekomen wanneer de evaluatie zich alleen had gericht op de effectiviteit van een toepassing in een experimentele studie. Met dit onderzoek, waarbij we gebruik hebben gemaakt van geavanceerde onderzoeksmethodes, dragen we bij het aan het openen van de black box van e-health.“

Het onderhavige proefschrift kun je downloaden op de website van Universiteit Twente.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie