Naar inhoud

Hoe het RIVM steevast achteruit in plaats van vooruit rekent

Helaas hebben we de afgelopen weken kunnen zien hoe Nederlanders gezamenlijk op weg zijn een tweede COVID-19-golf te veroorzaken. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het kabinet onder leiding van Mark Rutte blijven namelijk eindeloos hameren op de anderhalve-meter-maatschappij en het uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Hoewel dit onbetwistbaar de sterkste hoekstenen van de bestrijding van het coronavirus in Nederland zijn, lijken beide aspecten momenteel danig aan kracht in te boeten.

Enerzijds toont de Nederlandse bevolking zich in toenemende mate laks als het gaat om te allen tijde bewaren van die anderhalve meter afstand. Anderzijds lopen verschillende Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD's) inmiddels tegen de grenzen aan van hun mogelijkheden om bron- en contactonderzoeken uit te voeren. Verder blijven nieuwe visies, voortschrijdende inzichten of slimme marketingtactieken van het Nederlandse COVID-19-beleid uit. Hiermee lijken het management en de marketing van de aanpak definitief te falen.

Het RIVM laat een permanent gebrek aan voorspellend vermogen zien.

Voorspellend vermogen

Hoewel mijn analyse onverminderd van kracht blijft, is er sprake van één aspect dat hier dringend uitgelicht moet worden. Dit betreft het permanente gebrek aan voorspellend vermogen en inlevingskracht van met name het RIVM. Het schijnt bovendien dat de grotendeels dubieuze Nederlandse visie op mondkapjes – de mondkapjesdoctrine – koste wat het kost overeind moet worden gehouden. Waarom mondkapjes wel plachten te werken in het openbaar vervoer en in vliegtuigen, maar niet in klaslokalen of op drukke plekken waar afstand houden ingewikkeld is, blijft een institutioneel raadsel.

Registratie en analyse vinden plaats op grond van gegevens uit het verleden.

Registratie en analyse

Een belangrijke taak van het RIVM is om de gegevens te registreren en analyseren die het instituut van de verschillende regionale GGD's in het land ontvangt. Deze registratie en de analyse van de gegevens hebben per definitie betrekking op het nabije verleden. Hierdoor is er – zoals het instituut zelf meermalen heeft aangegeven – sprake van een blik in de achteruitkijkspiegel. Een dergelijke kijk naar achteren is inherent aan de rapportagedata die het RIVM registreert en analyseert. In zoverre is er weinig nieuws onder de zon. Ook het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) registreert en analyseert weerdata uit het verleden.

Toekomstvoorspellingen

Het KNMI slaagt er echter wel in om zijn data uit het verleden te vertalen naar accurate voorspellingen voor minimaal de aankomende week. Op dit punt lijkt het RIVM echter bij herhaling te falen. Om dit te kunnen staven, geef ik hiervan zowel een voorbeeld uit het verleden als uit het heden. Het gebruik van medische mondkapjes binnen de verpleeghuizen en binnen de wijkverpleging werd pas door het RIVM geadviseerd, nadat bleek dat het aantal besmettingen daar al ronduit de pan uit rees.

Dit gebeurde ondanks het feit dat de betrokken zorgmedewerkers meermaals hadden gevraagd om medische mondkapjes voor zichzelf, teneinde hun cliënten beter te kunnen beschermen. Momenteel speelt binnen het onderwijsveld een eendere vrees, namelijk dat er met de start van het nieuwe schooljaar veel nieuwe besmettingen bij komen binnen de klaslokalen. Zowel onderwijsmedewerkers als leerlingen pleiten voor zowel aanpassingen qua afstand houden als voor een mondkapjesplicht voor leerlingen, om een hausse aan nieuwe besmettingen te voorkomen.

Het RIVM slaagt er niet in om substantieel vooruit te kijken.

Achteruitkijkspiegel

Dat is een uiterst dringende – en mijns inziens terechte – oproep vanuit de onderwijssector. De belangrijkste tegenargumenten van Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. zijn echter dat de meeste besmettingen – circa 60 procent – op dit moment in de familiaire sfeer plaatsvinden en dat mondkapjes bovendien nauwelijks toegevoegde waarde bieden. Een dergelijk percentage lijkt mij echter nogal logisch, gezien het feit dat het momenteel vakantietijd is.

Ook is het een feit dat één enkele besmetting van onbekende oorsprong al gauw leidt tot één of meerdere besmettingen binnen het gezins- of familieverband. Zeker in vakantietijd brengen een hoop mensen relatief veel tijd door met hun gezin of familie. Het is dus niet zo heel erg gek dat ongeveer 60 procent van de besmettingen hieraan te relateren valt. Eén plus één is namelijk nog altijd twee. De dubieuze Nederlandse mondkapjesdoctrine is daarnaast ook al eerder aangehaald.

Tunnelvisie

Wat echter ronduit bizar is, is dat uit de gekozen tegenargumenten van Jaap van Dissel dubbel en dwars blijkt dat het RIVM zich nauwelijks weet te onttrekken aan zijn achteruitkijkspiegel. Dit blijkt misschien wel de allergrootste valkuil voor cijfermenners en statistici. Ook is het bedroevend – en misschien wel tekenend voor het Nederlandse poldermodel – dat noch het Outbreak Management Team (OMT) noch het kabinet serieus in het geweer komt tegen deze tunnelvisie van het RIVM. Of rechtvaardigt een parlementair reces ook een permanente zomerslaap?

Vooruitkijken zonder visie is het recept voor een ramp.

Zou het RIVM wel verder vooruitkijken, dan zou zij weten dat het tijdsbestedingsperspectief van Nederlanders – die nu vooral vakantie vieren – in de aankomende paar weken drastisch verandert. Behalve dat ze weer meer tijd op het werk en in de schoolbanken doorbrengen, zoeken zij hun sociale contacten ook weer voor een groter deel buiten het gezins- en familieverband. Collega's, school- of studiegenoten en vrienden of bekenden worden van het één op het andere moment een stuk belangrijker, zowel vanuit werk- en studieperspectief als vanuit vrijetijdsperspectief.

Vooruitzichten

Dit leidt tot een wezenlijke verschuiving van voornamelijk contacten binnen gezinnen en families naar veel meer contacten binnen lokaal, regionaal en interregionaal verband. Op grond daarvan durf ik als leek wel een voorspelling te doen wat dit voor de toekomstige circulatie van het virus inhoudt. De tunnelvisie van het RIVM en het vasthouden aan de halfhartige Nederlandse mondkapjesdoctrine maken het echter vrijwel onmogelijk om gecoördineerd in te kunnen spelen op realistische toekomstige besmettingsscenario's – met alle gevolgen van dien.

Op deze manier blijven wij in Nederland steevast achter de feiten aanlopen. Dit blijkt over het algemeen een uitstekend recept voor een ramp – zeker als het, zoals in dit geval, draait om exponentieel groeiende besmettingscijfers.

Art Huiskes is onderzoeksjournalist.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie