Naar inhoud

Met name lage inkomens worden getroffen door de coronacrisis

Sedert 10 maart 2020 geldt voor inwoners van Noord-Brabant het dringende advies om thuis te werken voor zover dat mogelijk is en sinds 13 maart geldt dat voor heel Nederland. De zogeheten cruciale beroepen vormen een uitzondering op deze regel. Deze maatregelen heeft op de overheid genomen op voorspraak van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Maar niet iedereen heeft de mogelijkheid om zijn werk in huiselijke kring te verrichten. Met name voor Nederlanders met een laag inkomen blijkt dat lastig.


Thuiswerken tijdens de coronacrisis

Thuiswerken bij een volledig salaris tijdens het tijdelijke abnormaal is namelijk niet voor iedere medewerker een optie. Een team van economen van de Tilburg University, de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn en het Forschungsinstitut zur Zukunft der Arbeit (IZA) hebben tussen 20 en 31 maart 2020 een onderzoek uitgevoerd onder ruim 5.500 Nederlanders in loondienst naar de veranderingen in de werkpatronen tijdens de pandemie. De uitkomsten laten zien dat hoogopgeleide werknemers meer tijd thuis werken, terwijl lager opgeleiden over het algemeen minder uren werken of zelfs hun baan verliezen.

Opleiding speelt een essentiële rol

Opleiding speelt een sleutelrol als het gaat om thuis kunnen werken. Dat blijkt uit nieuwe gegevens van het CoViD-19 Impact Lab, een gezamenlijk onderzoeksproject van de universiteit in Bonn en Het IZA. De onderzoekers hebben werkpatronen vergeleken bij het begin van de crisis en kort nadat de coronamaatregelen van kracht waren geworden. Hun gegevens zijn de eerste die gedetailleerde veranderingen laten zien in de hoeveelheid werk op afstand van verschillende groepen werknemers.

Vooral hoogopgeleiden thuis werkzaam

Het totale percentage werknemers dat tenminste twee uur per dag thuiswerkt, is verdubbeld van 27 procent naar 54 procent. Dit komt vooral door de hoogopgeleide werknemers – 76 procent van hen werkt sinds het begin van de crisis minstens twee uur per dag thuis, vergeleken met slechts 31 procent van de laagopgeleiden. Voor universitair geschoolden lijkt het overschakelen op telewerken relatief het makkelijkst. Terwijl bij hen namelijk het aandeel thuiswerkuren van alle gewerkte uren is toegenomen van 11 procent naar 68 procent, is dit aandeel voor de laagopgeleiden blijven steken op een vijfde. Onder lager opgeleiden is juist het totaal aantal gewerkte uren veel sterker gedaald.

Dubbel effect van de crisis op lage inkomens

De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat lager opgeleide werknemers vaker werken in beroepen waarbij thuiswerken niet mogelijk is, zoals in de transportsector, de detailhandel of de catering. Dit zorgt ervoor dat zij meer risico lopen om flink minder uren te werken of zelfs hun baan te verliezen. Tegelijkertijd hebben zij vaak minder spaargeld of andere middelen om verlies van inkomen te compenseren. Dit maakt hen extra kwetsbaar in deze crisis en meer afhankelijk van overheidssteun.

Vergroting kloof op de arbeidsmarkt

Middelbaar- en laagopgeleide werknemers werken ook vaak in essentiële beroepen, zoals de verpleging of de supermarkten. Zij hebben op het moment een grote werkzekerheid, maar lopen een groter risico op besmetting met COVID-19. Aan de andere kant zijn mensen die thuiswerken beschermd tegen zowel besmetting als verlies van inkomen. Dit vergroot de kloof op de arbeidsmarkt tussen kantoorbanen, gekenmerkt door hogere opleidingsniveaus en een groter aandeel in thuiswerken, en laaggekwalificeerde banen zonder opties om thuis te werken.

Laagopgeleiden bijzonder kwetsbare groep

"De onderzoeksresultaten leren dat laagopgeleiden niet alleen minder vaak in staat zijn om thuis te werken, maar ook dat het totaal aantal uren dat ze thuis werken lager is dan bij hoogopgeleiden”, stelt Bettina Siflinger, lid van het CoViD-19 Impact Lab en universitair docent econometrie aan de Tilburg University. “Dit geeft aan dat laagopgeleiden een bijzonder kwetsbare groep zijn onder de huidige sociale en economische beperkingen in Nederland en dat hun situatie de komende maanden nauwlettend in de gaten moet worden gehouden door de Nederlandse overheid.”

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie