Naar inhoud

Nederlander onbekend met mogelijkheden van spraaktechnologie

Nederlandse werknemers lijken vooralsnog niet goed te kunnen bedenken hoe ze spraaktechnologie – systemen te vergelijken met Siri, Alexa of Google Assistant – op de werkvloer kunnen inzetten. 43 procent van de Nederlanders heeft geen idee of zijn bedrijf ooit gebruik gaat maken van voice-robots en 31 procent meent dat dergelijke technologie in zijn bedrijfstak zelfs nooit gebruikt wordt. De toegevoegde waarde van de technologie wordt voornamelijk gezien bij eenvoudige taken. Dergelijke cijfers staan in schril contrast met het optimisme dat bedrijven als Amazon en Google aan de dag leggen.

Potentie van spraaktechnologie

Dit blijkt uit een onderzoek onder 1.000 Nederlandse werknemers over de potentie die zij zien voor voice-assistenten op de eigen werkvloer, uitgevoerd door onderzoeksbureau PanelWizard in opdracht van het technologiebedrijf TJIP, The Platform Engineers. Voice-assistenten als Google’s Assistent, Apple’s Siri en Amazons Alexa kunnen door middel van kunstmatige intelligentie complexe handelingen verrichten. Met de studie is beoogd vast te stellen hoe open mensen staan voor het gebruik van spraaktechnologie op de werkvloer en hoe mensen de technologie het liefst inzetten.

Introductie op de werkvloer

Nederlanders zijn nog zeer gematigd in hun optimisme over de introductie van voice-assistenten op de werkvloer. Slechts 21 procent van de respondenten is positief over de technologie. De overige respondenten zijn negatief (19%), neutraal (27%) of hebben geen mening (34%). Geluidsoverlast (34%) op de werkvloer wordt verrassend genoeg aangemerkt als belangrijkste negatieve punt van voice-assistenten.

Over te nemen taken

De onderzoekers hebben ook gevraagd voor welke taken werknemers voice-assistenten eventueel in zouden zetten. Kennisvragen beantwoorden als alternatief voor Google (32%), agendabeheer (32%) en actuele informatie opzoeken (31%) scoren daarbij het hoogst. Met name complexere taken als planningen opstellen (14%), communiceren met klanten (14%) en complexere berekeningen maken (17%) scoren minder goed. Uit eerder onderzoek van TJIP is al gebleken dat het vertrouwen dat consumenten hebben in advies van kunstmatige intelligentie wel groeit, maar dat dit tegelijkertijd ook heel afhankelijk is van de zwaarte van de onderwerpen. Schijnbaar vertrouwen Nederlanders de complexere voice-assistenten dus nog niet te veel toe, laat staan in ons eigen werk.

Doorbraak van de technologie

De respondenten menen dat een doorbraak van spraaktechnologie nog ver weg is. Van de respondenten die wel menen dat er op termijn gebruikgemaakt wordt van voice-technologie schat 78 procent dat dit nog zeker 10 jaren duurt en 7 procent nog zeker 5 jaren. Toch wil dat niet zeggen dat de inzet van voice-assistenten op korte termijn geen grote vlucht kan nemen. Een behoorlijke groep (26%) gebruikt voice-assistentie zoals Siri privé wél wekelijks en 15 procent zelfs dagelijks.

Toegevoegde waarde aantonen

“Opvallend is dat Nederlanders in de regel welwillend zijn om nieuwe technologie te gebruiken”, stelt Dingeman Leijdens, oprichter en directeur van TJIP. “Het onderzoek toont maar weer eens aan dat het lastig is om zelf te bedenken welke mogelijkheden spraaktechnologie ons in de toekomst allemaal kan bieden. De bal ligt bij bedrijven als het onze om aan te tonen dat slimme voice-assistenten inderdaad toegevoegde waarde hebben.”

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie