Naar inhoud

Oppervlakkige beoordeling van consumentendata leidt tot verkeerde conclusies

In de wereld van big data ligt de het snelle oordeel op de loer. Een oppervlakkige beoordeling van consumentengegevens kan makkelijk tot verkeerde conclusies leiden. Objectiviteit en subjectiviteit zijn duidelijk verschillende begrippen. Zo heeft zo’n 4 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder in 2015 aangegeven geen regelmatige contacten te hebben met familie, vrienden of buren. Maar van deze groep voelt zich slechts een relatief klein deel ook daadwerkelijk geïsoleerd.

Sociaal isolement

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Sociale samenhang en Welzijn 2012-2015’ van Centraal voor de Statistiek. Ten behoeve van dit CBS-onderzoek wordt een persoon objectief geïsoleerd genoemd als hij of zij geen wekelijks sociaal contact heeft met vrienden, familie of buren. Bij deze contacten gaat het om persoonlijke ontmoetingen, telefonische en schriftelijke contacten, maar ook om contact via bijvoorbeeld e-mail, sms, chat of door het sturen van berichtjes.

Geïsoleerd voelen

Sinds 2012 ligt het percentage Nederlanders dat minder dan wekelijks sociaal contact heeft met familie, vrienden of buren en daarmee volgens voornoemde maatstaven objectief geïsoleerd is, op 4 procent. Een kleiner percentage van de mensen, iets meer dan 2 procent, zegt van zichzelf dat ze zich ook daadwerkelijk geïsoleerd voelen.

Mannen versus vrouwen

Onder mannen is het percentage dat volgens de maatstaven van het onderzoek geïsoleerd is hoger dan onder vrouwen. Van de mannen gaf 4,7 procent aan geen wekelijkse contacten te onderhouden, tegenover 2,6 procent van de vrouwen. Wel is het aandeel mannen dat zich alleen voelt bijna net zo groot als het aandeel vrouwen.

Invloed opleidingsniveau

De laagst- en hoogstopgeleiden zijn procentueel gezien bijna even vaak objectief geïsoleerd, respectievelijk 4,9 en 4,7 procent. Van de laagstopgeleiden geeft 4 procent ook daadwerkelijk aan dat ze zich geïsoleerd voelen. Onder de hoogstopgeleiden is dit minder dan 2 procent.

Eenzamer zonder werk

Verder is het aandeel Nederlanders dat geen wekelijks sociaal contact heeft met vrienden, familie of buren onder mensen met werk even groot als onder mensen zonder werk. Wel is het percentage mensen dat zich geïsoleerd voelt onder mensen zonder werk bijna twee keer zo groot als onder mensen met werk.

Persoonlijke kwesties

Nederlanders die niemand hebben om persoonlijke kwesties mee te delen, voelen zich in 28 procent van de gevallen geïsoleerd. Dat percentage is hoger dan onder degenen die daarvoor wel bij iemand terecht kunnen. Van de groep die wel iemand heeft bij persoonlijke problemen zegt 2 procent zich alleen te voelen.

Mate van gelukkig zijn

Iets minder dan de helft (48%) van de mensen die zich geïsoleerd voelen, zegt gelukkig te zijn. Onder mensen die zich niet geïsoleerd voelen is dit bijna 90 procent. Bij de objectieve sociale isolatie is het verschil in geluk dat mensen ervaren kleiner. Van de Nederlanders die weinig sociale contacten hebben, zegt bijna driekwart dat ze gelukkig zijn. Van de mensen die wel regelmatige contacten onderhouden zegt ongeveer negen op de tien dat ze gelukkig zijn.

Relatie contact en geluk

Op basis van dit onderzoek kan niet worden vastgesteld in welke mate geluksgevoelens het gevolg zijn van sociale contacten. Of dat sociale contacten juist worden geïnitieerd doordat een persoon gelukkig is. Ook kan het zijn dat zowel geluksgevoelens en het hebben van sociale contacten deels het gevolg zijn van andere factoren.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie