Naar inhoud

Serieus omgaan met de angst voor kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie helpt het brein van mensen verder te verbeteren. Zo kondigde Facebook onlangs aan bezig te zijn met een breincomputer-interface die gedachten kan omzetten in tekst. Ook technologiepionier Elon Musk wil met zijn bedrijf Neuralink het menselijk brein direct koppelen aan computers. Naast ontzag roepen dergelijke initiatieven ook angstgevoelens op. Of anders gezegd, de zogenaamde Frankenstein-factor gaat een rol spelen.

Moderne Frankenstein

Verkenningsinstituut voor Nieuwe Technologie (VINT) van IT-dienstverlener Sogeti lanceert een nieuw rapport in een reeks over artificial intelligence. In dit rapport, met de titel ‘De FrankensteinFactor; Anatomie van de angst voor AI’, wordt gepleit voor het serieus nemen van de angst die mensen hebben voor technologische ontwikkelingen waarbij de computer het denkwerk van mensen overneemt. De auteurs van dit derde rapport in het vierluik over kunstmatige intelligentie adviseren IT-managers te kiezen voor een zogenaamde ‘therapeutische benadering’.

Therapeutische benadering

“In ons nieuwe rapport geven we een belangrijk signaal af dat angst serieus genomen moet worden bij de ontwikkeling van projecten die op het gebied van kunstmatige intelligentie projecten”, vertelt Menno van Doorn. Hij is directeur van VINT en heeft het rapport samen met Sander Duivestein en Thijs Pepping geschreven. “Het onderbewustzijn speelt daarbij een grote rol. Inzichten vanuit de psychotherapie zijn nodig om angsten beter te begrijpen. Het plaatsen van een menselijke robot bij de bedrijfsreceptie zorgt voor onrust over banenverlies bij medewerkers. Hetzelfde geldt voor een plaatje van een simpele robot dat wordt gepresenteerd tijdens een directie-overleg. Dat leidt tot onbedoelde reacties die gesprekken ongewenste kanten opsturen.”

Vier factoren onderscheiden

Het FrankensteinFactor-rapport geeft een overzicht van verschillende type angsten voor kunstmatige intelligentie. Inzicht in deze zogenaamde ‘Frankenstein-factoren’ vergroot de kans op succes bij de inzet van artificial intelligence. IT-managers en organisatiebestuurders krijgen een nieuwe rol, zo verwachten de trendwatchers: het benoemen van de angsten en daarover de dialoog aangaan. De onderzoekers onderscheiden vier factoren die angst voor kunstmatige intelligentie verklaren:

Focus op menselijk bestaan

Volgens de auteurs moet IT-efficiëntie en -effectiviteit aangevuld worden met een focus op het menselijk bestaan. De organisatie moet niet langer alleen oog hebben voor een bijdrage aan sneller en beter werken, en aan het vergroten van de omzet, maar ook actief het debat aangaan volgens een therapeutische benadering; bespreekbaar maken wat toenemende computerintelligentie betekent voor de mens en welke angsten daarmee gepaard gaan. Bestuurders moeten transparant zijn over de effecten van AI. Tenslotte stelt het rapport dat de werking van AI afgestemd moet worden op menselijke behoeften. Volgens de auteurs is dit een absolute voorwaarde voor succes.

Het onderhavige onderzoeksrapport kun je downloaden op de website van Sogeti. Het is het derde rapport in een serie van vier rapporten over kunstmatige intelligentie. Dit vierluik is gestart met een ‘executive introductie’ die een verklaring geeft voor de doorbraak van kunstmatige intelligentie. ‘The Bot Effect: Friending Your Brand’ is het tweede rapport in de rij, dat vertelt over de opkomst van slimme chatbots. Het vierde en laatste rapport in deze serie over ‘algoritmische organisaties’ verschijnt in december 2017.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie