Naar inhoud

Uitwisseling kwalitatieve data mogelijk met nieuwe standaard

Een internationale groep softwareontwikkelaars heeft deze week aan de Erasmus Universiteit Rotterdam een nieuwe standaard gepresenteerd die het voor wetenschappers mogelijk maakt om kwalitatieve data zoals diepte-interviews uit te wisselen. Dit is een belangrijke stap voor kwalitatief onderzoek. De verschillende softwarepakketten die in omloop zijn konden voorheen nooit met elkaar communiceren. De nieuwe standaard maakt dat nu wel mogelijk.

Met speciale software kunnen kwalitatieve onderzoekers de gegevens die zij verzamelen tijdens diepte-interviews, observaties ter plaatse of het filmen van gebeurtenissen analyseren. Er is daarvoor een reeks pakketten voor qualitative data analysis op de markt. Probleem is alleen dat al die pakketten niet met elkaar konden communiceren. Data uitwisselen met een collega-onderzoeker die andere software gebruikte, was daardoor lastig. Ook overstappen naar andere software, omdat die bijvoorbeeld meer mogelijkheden bood, was eigenlijk niet mogelijk. En denk ook aan een instelling die naar een ander softwarepakket wilde overgaan.

Behoefte aan een standaard

Om de uitwisseling tussen software, de zogeheten interoperabiliteit, mogelijk te maken was een standaard nodig. Het lukte echter tot voort kort niet om ontwikkelaars over te halen om hun software met elkaar te laten praten. Onder voorzitterschap van de Erasmus Universiteit Rotterdam is in een internationaal samenwerkingsverband, het Rotterdam Exchange Format Initiative, de afgelopen jaren gewerkt aan het aan het maken van zo’n standaard, het inbouwen ervan in de software en het testen. Leden zijn softwareontwikkelaars en universiteiten uit Canada, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Deze week heeft de lancering van de Project Exchange Standard plaatsgevonden, dé standaard die het voor een onderzoeker mogelijk maakt om het hele onderzoeksproject inclusief data en databewerkingen)en alle aantekeningen van de ene software over te brengen naar de andere. Dat is niet alleen in het belang van individuele onderzoekers, maar ook voor de wetenschap zelf. Onderzoek wordt zo namelijk beter deelbaar en transparanter.

Onderzoek wordt beter deelbaar en transparanter.

Doorontwikkeling

Daar blijft het niet bij. De komende dagen gaan de leden van het Rotterdam Exchange Format Initiative op de Erasmus Universiteit Rotterdam in gesprek met experts van internationale data-archieven uit Australië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Noorwegen en de Verenigde Staten om te kijken hoe de Project Exchange Standard doorontwikkeld kan worden.

Doel is dat een onderzoeker straks zijn hele project in een data archief kan plaatsen, in plaats van afzonderlijke databestanden zoals nu het geval is. Dat betekent wederom een grote stap vooruit voor de wetenschap. Alle door de overheid gefinancierde onderzoekers zijn immers tegenwoordig verplicht hun onderzoeksgegevens in een archief te deponeren.

Rotterdam Exchange Format Initiative

Binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam nam Erasmus School of Law, met steun van Erasmus Trustfonds en Erasmus Studio, het voortouw in de ontwikkeling van de Project Exchange Standard. Ook platform voor kwalitatief onderzoek KWALON vervulde zo’n rol, evenals de Canadese Research Council for Social Sciences and Humanities, het Nederlandse CLARIAH en de Canadese universiteiten Université du Québec à Montréal en Université de Montréal uit Montreal.

De pakketten die meedoen zijn ATLAS.ti, Dedoose, f4analyse, MAXQDA, NVivo, QDA Miner, Quirkos en Transana. De standaard zelf is vanaf nu ook openbaar, wat betekent dat ook andere softwarepakketten deze kunnen gaan inbouwen.

Bron: CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie