Naar inhoud

Weigering Financial Times levert advertentie Amnesty veel sociale media aandacht op

Amnesty International roept leden op de geweigerde advertentie te delen via sociale media
De enterprises die iets op hun kerfstok hebben kunnen maar beter oppassen nu de nonprofit organisaties de sociale media hebben ontdekt. Nadat Greenpeace Nestle aanpakte voor het kappen van regenwoud, staat nu ook Amnesty International op de barricade. Dit keer is Shell aan de schandpaal genageld. Toch is het maar de vraag wie het meest beschadigd uit deze race komt: vooral de advertentie die door de Financial Times werd geweigerd krijgt veel aandacht in de (sociale) media.

Hoe het allemaal begon

Op 10 mei 2010 riep Amnesty UK zijn leden en sympathisanten op om een aandeel te kopen in een advertentie. In deze advertentie worden de aandeelhouders van Shell opgeroepen om de board van het bedrijf aan te spreken op de vervuiling in de Niger Delta. De advertentie wordt gepland op de dag van de Shell Annual General Meeting (AGM), zodat, terwijl de bestuurders toasten op een winst van 9,8 miljard dollar, ze zouden worden geconfronteerd met het door Shell veroorzaakte onrecht in de wereld.

 

Nog geen twee dagen later hebben meer dan tweeduizend mensen een aandeel gekocht in de advertentie, waarbij twintigduizend pond is opgehaald. De advertentie zou geplaatst worden in de Financial Times, de Metro en de Evening Standard, en uitvergroot op een vrachtwagen door London worden gereden. Daarnaast werden de leden opgeroepen om de advertentie ook zelf te tweeten, op Facebook te zetten en via andere sociale media naar buiten te brengen. Tot die tijd liep de advertentie goed, maar niet exceptioneel.

 

De beslissing van de Financial Times

Op de avond voordat de advertentie gedrukt zou worden in de Financial Times meldde de krant aan Amnesty dat de advertentie niet geplaatst zou worden om juridische redenen. Een omstreden beslissing, waarvan de werkelijke reden waarom dit besluit genomen werd nog niet bekend is gemaakt. Amnesty heeft het er niet bij laten zitten en lanceerde daarna de actie ‘deel de advertentie die de Financial Times niet wilde plaatsen'.

 

Sinds dat moment is de actie geëxplodeerd. De advertentie is sindsdien opgepikt door verschillende blogs en wordt gedeeld door honderden mensen op Facebook. Ook op Twitter verschenen meerdere berichten. Op 20 mei 2010 verschenen er ongeveer twintig posts per uur over Shell en de advertentie die in de Financial Times had moeten staan.

 

De reacties

AmnestyAmnesty heeft aan haar leden en donateurs zijn excuses aangeboden en laat weten heel erg teleurgesteld te zijn over de beslissing van de Financial Times. Op haar blog laat Amnesty het volgende weten: "Dit was jullie campagne - jullie hebben het allemaal mogelijk gemaakt en we begrijpen het volledig als jullie die gedoneerd hebben teleurgesteld zijn over de weigering van de Financial Times om de advertentie niet te drukken. Het was een controversiële beslissing - en één die tot meer publiciteit heeft geleid en er praten nu meer mensen over Shell's operatie in de Niger Delta dan we hadden kunnen plannen en we ooit verwacht hadden. Jullie hebben zeker Shell's aandeelhouders iets gegeven om over te denken."

 

Shell laat in een reactie weten dat ze meerdere brieven hebben ontvangen over de Niger Delta en de verantwoordelijkheid van Shell hierin. In het artikel dat Shell plaatste laat Mutiu Sunmonu, de managing director van Shell Petroleum Development Company, weten dat het bedrijf afgelopen jaar ongeveer 84 miljoen dollar heeft uitgegeven aan gemeenschapprogramma's. "Als je de bijdragen van de partners in de joint venture meerekent, komen we op een bijdrage van 240 miljoen euro", laat Sunmonu weten. Maar: "Er zijn veel moeilijke uitdagingen in het verbeteren van de mensenlevens in de Niger Delta en het zou verkeerd zijn om anders te beweren. Wat SPDC doet is het ondersteunen van de regering en andere delen van de civiele samenleving om een verschil te maken. We moeten allemaal samenwerken en we zouden het op prijs stellen als Amnesty International en anderen zich samen met ons willen inzetten."

 

De enige partij die nog niet gereageerd heeft is de Financial Times. Er zijn veel blogs geschreven over de redenen die de krant zou kunnen hebben voor het niet plaatsen van de advertentie, waarin wordt meegenomen dat Metro en de Evening Standard geen bezwaren hadden tegen het drukken van de advertentie. Ondanks dat de advertentie eigenlijk een actie tegen Shell is, zou het goed kunnen zijn dat de Financial Times hier het slechts uitkomt. Door de weigering en hun radiostilte vragen steeds meer mensen zich af of de krant wel zo onafhankelijk is als ze zeggen.

Bron: Customer Talk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie