Naar inhoud

De samenvoeging van artificiële intelligentie met empathie

Als jij denkt dat de robotisering weldra de menselijke activiteiten overneemt, ben jij niet de enige. Lange tijd heeft sciencefiction artificial intelligence (AI) afgeschilderd als de verdrukker van de menselijkheid in de samenleving. Vandaag de dag zien we echter vooral de handige, praktische en nuttige eigenschappen van de technologie, die inmiddels naadloos is geïntegreerd in ons dagelijks leven.

De term kunstmatige intelligentie stamt uit 1956 en wordt door de Engelse Oxford Living Dictionary beschreven als de theorie en ontwikkeling van computersystemen die in staat zijn taken uit te voeren die normaliter menselijke intelligentie vereisen, zoals visuele perceptie, spraakherkenning, besluitvorming en vertaling van taal.

Momenteel is artificiële intelligentie de motor achter uiteenlopende marketingactiviteiten, van personalisatie op websites via chatbots naar geautomatiseerde tagging van producten. Maar hoewel de technologie zelfs kan worden ingezet om op maat gemaakte relevante ervaringen te bieden, zijn consumenten lang niet altijd geraakt door AI-toepassingen. De reden ligt wellicht minder in het vermogen van artificial intelligence om te denken, maar meer in het onvermogen om te voelen.

Om te bepalen waar het wantrouwen in kunstmatige intelligentie vandaan komt, heeft technologiebedrijf Pegasystems een onderzoek uitgevoerd onder 6.000 consumenten uit de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan, Duitsland en Frankrijk over hun opvattingen over artificiële intelligentie en empathie. De onderzoeksresultaten vind je in dit onderzoeksrapport.

Whitepaper downloaden

Ja, ik meld me aan voor de nieuwsbrief van CustomerTalk
0
Logo CustomerTalk

Cookie-instellingen

CustomerTalk maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij je toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Accepteren Meer informatie